Zwerver

Vanochtend stond ik op
als grote grijze zwerver
ik lag buiten het was niet
eens koud ik begreep de stad
en de mensen om mij heen al
heel lang niet meer mijn
eenzaamheid stonk naar
ongewassen kleding ik
werd gemeden op straat
ik zat onderuitgezakt
tegen de gevel van een
Jumbo en probeerde wat
te slapen tot de politie
me kwam manen weg te gaan

en zelfs op het Pater
Poelspleintje was ik
bij de kringloopwinkel
niet welkom het park
was tussen tien en acht
verboden gebied vannacht
sliep ik in als grote grijze
zwerver ik lag buiten bij een
parkeerplaats het was niet
eens koud het was niet eens
erg er gapen kloven in vele
hoofden ik kan net zolang
in en uitademen tot de stad
mij is vergeten en zo zou ik
kunnen overleven.