Poëziebus dagboek deel 7

10 Augustus: Sint Niklaas

We zijn nu heel duidelijk over de helft van de Poëziebus Tour 2017, en de vermoeidheid begint bij iedereen toe te slaan. Naast de vermoeidheid, merk ik dat ik inmiddels ook snip- en snipverkouden ben. En ik ben niet de enige. De meeste stemmen van busdichters zijn de afgelopen paar dagen zeker een halve toon gezakt. Aan mij moet je nu ook even niet vragen een hoge C te zingen. Gaat vandaag niet lukken.

We rijden van Brussel naar Sint Niklaas. In de bus weet Gert me te vertellen dat er in het centrum van de stad een standbeeld staat van de heilige sinterklaas, en dat dat misschien wel een goede plaats is om vandaag een filmpje op te nemen.

‘Dat kunnen we doen,’ zeg ik, ‘maar dan komt er wat mij betreft wel een statement in het filmpje’.

‘Ah, en welk statement dan?’

‘Zwarte piet is racisme.’

‘Amaai, maar krijgt u daar dan geen problemen mee in Tilburg?’

‘Tsja,’ grinnik ik, ‘wat gaan ze eraan doen? Me ontslaan?’

 

In Sint Niklaas zijn we welkom in het Theater voor Uitvoerende Kunsten, zoals het zo officieel zo mooi heet. Maar in de volksmond is het gewoon de Stadsschouwburg. We lunchen wegens grote groep buiten op het plein voor het station. Voor het standbeeld waar we straks het filmpje op gaan nemen staan nu nog marktkramen. Na de lunch volg ik een workshop intertekstualiteit door Daan Janssens. Interessante kost, vooral op het moment dat er een gesprek tussen de deelnemers op gang komt over hoe zij in hun eigen werk omgaan met dat begrip. Want iedere goeie tekst, verwijst op zijn beurt weer naar andere goede teksten.

Ook de busdichters beginnen naar het lijkt steeds meer naar elkaar te verwijzen. In de bus ontstaan soms spontane freestyles, en er hoeft maar één heel zachtjes ‘Leiden Centraal’ te zeggen, of de halve bus scandeert de worden als een leus. Soms ook tijdens optredens en dat valt dan weer niet bij al het publiek in goede aarde. Het valt me daarnaast op dat het publiek in België niet overal aan onze vorm van poëzieperformance gewend is. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen: als je gewend bent dat op poëzie-avonden dichters voor komen lezen uit hun werk, dan zijn wij wel totaal iets anders. Blijft het aan ons het publiek te overtuigen van onze kwaliteit. En daar gaan we ook vanavond weer voor de volle 2200 procent voor.

Later die middag gooit Marjan de Ridder mij mijn eigen filmpje uit. Ik had gehoopt dat ze daarbij ook nog een gedicht voor zou dragen, maar dat gebeurt dan weer niet. Bij mij afkondiging houd ik mijn notitieblok nadrukkelijk in de camera. Het filmpje is er…

Met kunst- en vliegwerk en vooral een stem die behoorlijk naar de klote is, wurm ik me door het optreden vanavond. Het is na het optreden een busreis van een kleine 40 minuten naar ons hotel. En op onze hotelkamer blijkt dat er twee tweepersoonsbedden klaarstaan voor drie heren. Dat wordt ‘m ook niet. Met vereende krachten weten we een matras op de grond te leggen. Dat wordt vannacht mijn slaapplaats. En als er iemand het waagt me met zijn gesnurk wakker te houden, dan heb ik daar vannacht een oplossing voor: bij mijn verkoudheid kreeg ik een blaffend hoestje cadeau.