Poëziebus dagboek deel 5

8 augustus: Breda

Lekker dan: als ik ’s morgens in Zwolle de nu.nl-app op mijn telefoon open, lees ik dat het KNMI voor vandaag een weeralarm heeft afgegeven voor heel Nederland, de zuidelijke provincies het eerst. Open ik daarna de Buienradar, dan zie ik dat we een schip met heel zure appelen tegemoet gaan rijden als we zometeen naar Breda gaan. Het begint zachtjes te regenen als we ongeveer bij Arnhem zijn. Het is te hopen dat de organisatie in Breda voldoende droge plekken heeft om tweeëntwintig dichters een middag te herbergen, anders hebben we een probleem.

Vandaag is voor mijn gevoel de thuiswedstrijd. Tijdens de busreis speel ik nog met de gedachte vanmiddag heel even de oversteek van Breda naar Tilburg te wagen, misschien wel vannacht thuis te slapen, en me dan morgen weer bij de groep te vervoegen. Ik mis de katten, maar ik mis vooral mijn eigen omgeving. Een tour als deze is een ontzettend intense ervaring, continu onderweg, altijd bezig met workshops en/of performances. Even rust zou lekker zijn.

Maar het zit nog of dat ook gaat lukken. Ik zie allemaal bekende gezichten als ik op het Stek-terrein in Breda uit de bus stap: Marijke, Adriaan, Nick, Martin Peulen, Meandertaler DJ Maikel. Met iedereen even bijkletsen. Dan gezamenlijk lunchen. ’s Middags bereiden we onze optredens voor. Ik treed vanavond in het Houtje-Touwtje-Stro-Gebouwtje op met Spoken Word artiest Jozua Pentury en muzikant Jeroen Geurts. Ik loop al vijf dagen te zeulen met een zware tas waar mijn mobiele opnamestudio -lees: een aftandse laptop met een goeie USB-microfoon en de goede software om een deugdelijke geluidsopname te maken- in zit, en omdat ik zowel de ruimte waarin ik werk als de muzikant met wie ik werk ken, wil ik die wel eens gebruiken.

Met Jozua Pentury

Jozua en ik hebben ’s middags ongeveer anderhalf uur tijd te doden, want Jeroen is later, dus dat geeft ons ruim voldoende tijd om nog even een supermarkt te bezoeken. Tussen drie en vijf uur zetten Jozua, Jeroen en ik gezamenlijk een ruime vijftien minuten performance voor vanavond in elkaar. Het is goed dat we binnen zitten, want buiten regent het de hele middag goed door. En het Stek-terrein is een heel fijne locatie, maar met dit weer verandert het rap in één groot zwembad. Iets voor vijf uur staat mijn groupie ineens voor mijn neus. Ik wist dat ze er vandaag bij wilde zijn. En ik vind het fijn dat ik tenminste een paar van mijn Poëziebusavonturen met haar kan delen.

Aan het eind van de repetitie komt Nick J. Swarth met een groepje mensen binnen. We beantwoorden een paar vragen, en geven een heel kort optreden om te laten horen wat mensen vanavond ongeveer kunnen verwachten. Als laatste positioneren we de microfoon en de laptop, zodat ik vanavond maar op één knopje hoef te drukken om de opname te starten. Voor het filmpje vraag ik Nick een gedicht voor te dragen. Als ik dan toch elke keer mijn eigen filmpje uitgegooid wordt, dan is het leuk dat een van mijn voorgangers als Stadsdichter van Tilburg dat ook een keer doet.

Van mijn plan nog even op en neer te pendelen naar Tilburg komt helemaal niets terecht. De performance vanavond wordt zoals Jeroen het zo mooi omschreef ‘een emotioneel journaal’. Jozua en ik brengen poëzie rond het thema white privilege (maar aan het eind doen we ook ieder een liefdesgedicht), Jeroen draagt zijn liedje aan Derrel op, en we sluiten in stijl af met het weerbericht door Jozua. Mijn groupie heeft het optreden professioneel gemist wegens treinellende. Samen met haar zie ik nog een paar van de andere dichters en dichteressen hun ding doen. Dan gaat zij weer richting het station. Ik zou wel meewillen, maar ik doe het uiteindelijk ook nu niet. En als je niet weggaat, dan ga je gewoon met de Poëziebus mee. Mee naar het volgende hotel. Naar de volgende stad. Die stad ligt morgen in België.