De veranderende stad

De veranderende stad staat

op je netflix gebrand hoe er

in de loop der tijd van

lieverlede blokkendozen met

de meest exotische namen

verschenen aan de horizon

Westpoint Talent Square

Spoorzone Wrattenpaleis het

lijkt erop dat God een kind

van zes is die nog in de

zandbak speelt blokje hier

blokje daar fantasieloze

bebouwing voor een stad

die steeds meer in het gelid

gedwongen wordt we bouwen

niet meer voor de eeuwigheid

hoe die blokkendozen symbool

zijn voor ons denken out of

the box betekent buiten die

blokkendoos of buiten dat

vierkant die rechthoek uit de

geometrische vormen voor

geluk die veranderende stad

gaat steeds meer de hoogte

in torens van babel een grote

spraakverwarring generaties

die elkaar niet meer begrijpen

die in de stad geen brug willen

zijn zinderende zedenverwildering

typisch een ode van vroeger je

raakt het in deze tijd aan de

straatstenen nog niet kwijt.

Ogen open

De zwarte verf werd van de

ramen gekrabt het was alsof

het pand zijn ogen open deed

na jaren een droomloze slaap

te hebben geslapen vraag het

pand niet wat er in die tijd wel

niet gebeurde het pand heeft

het vege lijf gered door een

afspraak met de Satudarah het

zal daar niet meer over praten

het pand is blij en anders de

buurt wel er komen andere

mensen werkgelegenheid zelfs

de dichters liggen al op de toog

nog voor de tap geopend is een

klein café vis aan de haven die

gaandeweg ophef en allure kreeg

het oude centrum loopt langzaam

leeg de ramen zien een plaats van

water en mensen de zwarte verf

eraf gekrabt het pand opende zijn

ogen was een restaurant aan

dat water geworden gestegen in

achting lelijk eendje en uiteindelijk

statige zwaan.

Nachtmerrie

Blijven vijlen blijven

vijlen tot het bot is

tot de Katterug verdwijnt

en ook de Heuvel

straks naar God is

de weemoed is dat ooit

te moeten missen

het enige waarin je

je nimmer kunt vergissen

blijven vijlen blijven

vijlen tot het bot is

de Nieuwlandstraat is wijlen

als de Tuinstraat zwaar kapot is

het centrum wordt van

elke kant beschoten

de overige wijken die zijn lang

al naar de kloten

blijven vijlen vijlen

blijven tot het bot is

de hele stad bezopen

wat op zich wel een genot is

sta niet op en vraag je af

waarom eigenlijk niet

omdat je maft totdat de klok

de droom aan flarden schiet

blijf je vijlen blijf je vijlen

tot het bot is

tot het ontwaken

uit een droom

die in zijn aard

totaal verrot is.

 

 

 

 

Ongeldige materie

Een batterij die stroom aflaadt

bomen die kunnen lopen

of een kat die aporteert

vitamine die de gezondheid schaadt

draadjes die niet kunnen knopen

of een steen die absorbeert

 

 

een vis op een fiets

een vriezend fornuis

het totale niets

of het draaiend huis

 

 

brandschattende ruiten

daken vol gaten

binnen blijkt buiten

vijanden zijn maten

 

 

een huid die ook het bot is

een nooit gemaakte tostie

en omdat het de wil van god is

ook geen glutenvrije hostie.

 

 

 

Huisherinneringen

De mensen geven de stad

haar geest haar sfeer zij ademt

ons we geven onze herinneringen

aan een stapel stenen die we dan

thuis noemen en omdat we meer

herinneringen hebben dan één huis

aankan zetten we er nog een paar

gebouwen naast die noemen we

winkel kerk kroeg school we nemen

er een baantje naast daarna richten

we onze achtertuin in en kopen

een hond de hond volgt ons al

die hoopjes stenen die we door

herinneringen ziel gaven noemen

we straten wijken steden zeven

sloten tegelijk Nergenshuizen

niet eens in het klein maar in

het middelgroot wat zou het

mooi zijn als de haven begon

op het Piusplein standsstrand

erbij helemaal goed wat zouden

onze huizen wijken steden

zich herinneren over ons

praten zij onderling over

hun ziel die eigenlijk onze

ziel is onze onsterfelijke

gezamenlijke ziel dat is

de stad zij overleeft ons

en onze hond het huis

weldra bewoond door

vreemden andere meubels

andere tuin en de stad

herinnert zich ons nog

enkel op papier overleden

inmiddels en administratief

afgehandeld.

 

Niet in de stad

Als ik even niet in de stad ben

kan ik dromen dat er bommen

op het centrum vallen dat die

bommen een krater achterlaten

die zo is groot dat de resterende

Tilburgers erin kunnen wonen

de stad van mijn dromen is een

onrustige stad is een angstig

huisje in mijn hart bang voor

de stormen die nog komen als

ik even niet in de stad ben weet

ik dat ik mis mist de stad mij

ook dit dwaallichtje zal weldra

opgaan in drank en rook en als

ik straks niet meer van de stad

ben blijft de stad dan bestaan?

 

Centimeter voor centimeter

Het gaat van gek naar

gekker we verkopen

onze broodjes nu per

strekkende centimeter

openen tegenover de

schietsportwinkel een

psychiatrische kliniek

we blijven rechts rijden

bouwen winkels voor

de leegstand we trekken

ons terug achter onze

lsd-schermen waar een

werkelijkheid bestaat

uit alternatieve feiten

die niet bestaat die

precies is als wij zijn

als wij zien wat we willen

zien broodjes poep slikken

we centimeter voor centimeter

door als zoete koek

 

van gek naar gekker het

centrum verplaatst zich

uit het centrum richting

haven en spoor tegelijk

het festival heeft zijn

ideologische veren nu

toch echt afgeschud er

komen nieuwe generaties

waarvan het bestaan nog

niet vermoed werd het

leven gaat door voor de

levenden gaat vermoedelijk

steeds sneller meer nieuwe

ontwikkelingen niet meer

de lust die bij te benen en

dan vervaagt langzaam

het contact met de stad

 

een onbekende

rust en vrede

stad omarm me.

 


 

Noord naar Zuid

Tweestedenziekenhuis ik
was rantsoenendienst gaf
een patient twee jointjes
per dag en ik rookte er
één van mee da’s mijn
manier karmapunten bij
elkaar te sprokkelen daarna
fietste ik weer eens aan ik moet
door de Dokter Deelenlaan
de Postelse Hoeve het
ventweggetje heet Reitse
Hoevenstraat langs De
Rooi Pannen Oliemeulen
en aan de andere kant
heel veel heel lelijke
woningbouwflats
Tongerlose Hoeve is dan
en oase maar ik moet
door langs rotondes
stukje Wandelboslaan
ik moet door stukje
Kwaadeindstraat rechtsaf
Waterhoefstraat Peter
Postplein Philips
Vingboomstraat korte
rotonde naar de Jan
Heijnstraat en dan rap
richting centrum die
kuttige stoplichten zorgen
altijd dat je twee keer
kunt stoppen voor je de
Burgemeester Brokxlaan
op kunt en ik moet door
Gasthuisring en onder
het spoor bijna op de
helft en ik moet door
stukje spoorlaan die
parkeergarage had men
beter Knegten kunnen
noemen dwaalgebied
begint met heilige grond
de Noordstraat en de
Nieuwlandstraat trots
van Tilburg dan het
fietsvoetpad naar de
Oude Markt toe het
beste deel van de reis
is voorbij Schouwburgring
Bisschop Zwijsenstraat
Broekhovenseweg en
dat je dan op een gegeven
moment rechts afslaat bijna thuis
Pater van den Elsenplein
nog even boodschappen
doen als weggaan linksaf
is en thuiskomen is
rechtsaf en alles
is in evenwicht.

Zuid naar Noord

Hier ken ik de stad zo goed
dat ik sluipwegen heb links
het Silvrettapad af het heuveltje
op de Stoeterijstraat dan
linksaf de Bloemisterijstaat
langs de Warmoesstraat de Jan
Truyenlaan in en bij de Chinees
linksaf de broekhovenseweg op
oversteken bij de stoplichten
in Tilburg bekruipt me het
gevoel dat weggaan linksaf
is Piusstraat linksaf naar
het centrum de Bisschop
Zwijsenstraat herinnert
zich Doe Maar ik fiets door
Stadhuisplein Oude Markt
Kapelhof Nieuwlandstraat
Noordstraat ongeveer
halverwege nu Spoorlaan
stukje Hart van Brabantlaan
Sint Ceciliastraat straks een
stadspark Jan Heijnsstraat
grote Appie onhandige
rotonde dat Chinese
restaurant daar zal wel
niet voor niets ‘Ho-Ho’
heten Pieter Postplein ik
rijd de busbaan op beweeg
van zuid naar noord het
is een kwaad eind door
verschillende straten ik
verbaas me hoe de stad
beurtelings mooi en lelijk
is Reitse Hoevenstraat
waar mooie oude
gebouwen lelijke
nieuwe bestemmingen
kregen linksaf bij de
Postelse Hoeve de
parkeerplaats op ik
ben rantsoenendienst
vandaag fiets op slot
en dan naar binnen
Tweestedenziekenhuis.

Tijd

Dat hij daar niet van hield
hij stribbelde tegen dus je
paste steeds grover geweld
toe eerst alleen in woorden
hij werd kleiner en kleiner
tot hij een ding was

je pakt het op zet het op
tafel je wilt zelf zien hoe
dat ding er uitziet het is
afgeleefde levenloosheid
die je oog raakt het licht
doffer en minder blauw

ineens gaat het ding tikken
als een tijdbom wil geen
ding meer zijn wil met ons
in ons elke grote verandering
begint als monster begint nu
het tikkende ding blaast een
nieuwe tijd leven in en
een oude tijd op.