Asfaltpiraten

Aan mijn medereizigers op de Poëziebus Tour 2017

 

Dat we tedere oplichters zijn

asfaltpiraten en poëziebusdichters zijn

we hoeven elkaar niet per se te begrijpen

want we kunnen elkaar bekijken samen

mooie dingen maken tot dagen en

plaatsen vervagen asfaltpiraten met

meerdere lagen stellen de vragen die

smaken naar mee dichters die je af

en toe eens ziet fluisteren zacht: “Poëzie”

voor je het weet kolkt een vloedgolf

van woorden in je oren niet gevreesd

goed volk maar het maakt ons niet uit

of de woorden je kunnen bekoren of

eerder verstoren asfaltpiraten enteren

plaatsen kijken en spreken de tijd wijst

er als een pijl naar de volgende stad

waar we onze woorden brengen in

het lover en onze tovenaar -Toon-

is tijdelijk bijster slecht in toveren

dus het is zeker dà we Leiden Centraal

niet meer samen zullen veroveren.

Poëziebus 2017: Waar is Martin nu, deel 10 (slot)

De Poëziebus rijdt van 4 tot en met 13 augustus voor de derde keer door Nederland en België. In de bus zitten 24 dichters, die bij elke halte ’s middags workshops geven, en ’s avonds performances.

Stadsdichter van Tilburg Martin Beversluis is één van de dichters die meerijdt. Onder het motto ‘Waar is Martin.nu’ stuurt de Stadsdichter u, vanaf vandaag tot en met 13 augustus, elke dag een poëtische impressie van de stad waar de Poëziebus die dag is of naar toe rijdt.

Gastdichters: Arno Moens en Hidde Moens

Camera: Gert Vanlerberghe

Poëziebus dagboek deel 10 (slot)

13 augustus: Antwerpen

Bij het ontbijt in Sint-Truiden opper ik het idee om voor we weggaan om kwart over negen ’s morgens nog even een poëtische aubade te gaan brengen bij de beheerder die ons vannacht het feesten zuur maakte -‘en die tas, die gooien we terug’- maar dat vindt niemand een goed idee. De sfeer is loom op deze laatste ochtend samen. Heidi Koren doet ergens achteraf op het gras haar yoga-oefeningen, en ik trap een balletje met Jeroen Naaktgeboren, Marjan de Ridder, Kay Slice en Jozua Pentury.

Dan rijden we naar Antwerpen. We zullen daar op twee plaatsen optreden. De meesten van ons gaan direct naar Het Steen, een mooi oud kasteel dat tegenwoordig als historisch museum inculief horecagelegenheid dienst doet. Ik mag echter eerst met een groep ‘rappers’, onder leiding van Siebrand, naar Zomerbar Noord, en dat ligt in een park op dertig minuten loopafstand. Dat is dus een flinke wandeling met tas die elke dag een beetje zwaarder wordt, maar gelukkig is het goed weer. En het is de laatste dag dat ik met al deze ontzettend getalenteerde mensen mag optreden, dus ik ga ervoor.

Petra Van den Berge, Adriána Kóbor, Shanna de Ruiter, Relle Telg, Arno Moens, Martin Beversluis en Hidde Moens in Antwerpen

Maar eerst het laatste filmpje voor Tilburgers.nl maken. Dat doe ik vandaag met de broers Arno en Hidde Moens, die tijdens het filmen een stukje ongevraagde publieksparticipatie krijgen, en daar zo meesterlijk mee omgaan dat het filmpje daardoor op zich al geslaagd is. Het opsturen kan ik vanavond doen, want ik heb een lift van Antwerpen terug naar Tilburg geregeld.

Park Spoor Noord, het terrein waar Zomerbar Noord zich bevindt, is een prachtig stadspark. En zomerbar Noord is een stijvol grand café. En ook al is het middag, alle dichters bestellen een Antwerpse Tripel voor het optreden. We treden op met een DJ, die wel met ons wil improviseren. Het terras is gevuld met voornamelijk gezinnen. Er zijn fonteintjes, en een kleine plas water van het formaat sloot. Het is goed weer, en we kunnen doen en laten wat we willen, maar qua performance komen we niet heel veel verder dan de eerste twee rijen tafeltjes. Net naast het podium dansen een paar kleine kinderen en Cissy Joan weet daar heel fijn op in te spelen tijdens haar optreden. Tijdens ons optreden zit ook ineens Dean Bowen in het publiek. Goed hem weer eens te zien en te spreken.

Ontmoeting met de man met de hamer

Na het optreden in de Zomerbar wandelen we terug naar Het Steen. We raken net niet de weg kwijt, maar we doen er wel wat langer over dan strikt noodzakelijk. Als we iets over vier terug zijn bij het Steen, en ik na het begroeten van alle bekenden, eventjes helemaal alleen ergens op een muurtje zit, komt eindelijk de man met de hamer die me een flinke tik geeft. Dat was ook wel te verwachten na tien dagen onderweg. Maar ik had toch gehoopt dat die man nog even zou wachten, want ik heb nog één laatste performance te doen, en die is pas over een uurtje.

Kay Slice, Giovannie Beaudonck en Martin Beversluis

Om twintig over vijf kondigt Gert op het podium de laatste performance van de Poëziebus Tour 2017 aan. Dat ben ik, samen met Kay Slice en Giavanni Beaudonck. Toch wel één van de aardigste grappen uit de Poëziebus: Kay Slice trad een paar weken voor de tour op tijdens een boekpresentatie in Breda, en door miscommunicatie was zijn naam niet goed doorgekomen bij de mensen die het evenement aankondigden. En zo werd Kay Slice ineens Kees Sluis. En laat het nou net zo zijn dat Kay een rotterdammert is, die ook een flink Rotterdams accent in huis heeft. Dus je zou zo kunnen denken dat je met een autochtone blanke Rotterdammer te maken hebt, totdat je hem ziet. Ik heb hem vanmiddag tijdens de wandeling van Zomerbar Noord naar Het Steen aangeraden het alter ego Kees Sluis mee te nemen in toekomstige performances. Ik kan alleen maar hopen dat hij dat ook gaat doen.

Het laatste optreden van de Poëziebus. Ik sta als een zombie op het podium. Ik zie dat Pepijn inmiddels ook op het terrein is. Dat is mooi, want hij brengt me straks terug naar Tilburg. Ik draag als laatste gedicht ‘Asfaltpiraten’ nogmaals voor. Het is één van de drie gedichten die ik tijdens deze tour meer dan één keer breng. Daarna zit de Poëziebus tour 2017 erop. En begint het afscheid nemen van een groep waanzinnig getalenteerde mensen, die ik nu mijn vrienden mag noemen. Nooit meer samen op Leiden Centraal. Wel samen voor de poëzie. Heel, heel hartelijk dank iedereen. Het waren dagen die ik nooit meer zal vergeten.

Poëziebus 2017: Waar is Martin nu, deel 9

De Poëziebus rijdt van 4 tot en met 13 augustus voor de derde keer door Nederland en België. In de bus zitten 24 dichters, die bij elke halte ’s middags workshops geven, en ’s avonds performances.

Stadsdichter van Tilburg Martin Beversluis is één van de dichters die meerijdt. Onder het motto ‘Waar is Martin.nu’ stuurt de Stadsdichter u, vanaf vandaag tot en met 13 augustus, elke dag een poëtische impressie van de stad waar de Poëziebus die dag is of naar toe rijdt.

Gastdichter: Tijdelijke Toon.
Camera: Marjan de Ridder

Poëziebus dagboek deel 9

12 augustus: Sint-Truiden

De één-na-laatste halte van de Poëziebus Tour 2017 is het liefelijke Belgische plaatsje Sint-Truiden. Hier strijken we neer in ’t Zoutkist, een gallerie met een kleine bar. We hebben na de lunch flink wat tijd over, en dus ga ik met Gert en Tijdelijke Toon op pad om mijn filmpje voor vandaag te maken. In het centrum van Sint-Truiden komen we een monument voor de gevallenen van beide wereldoorlogen tegen. Dat monument lijkt ons geknipt voor een mooie performance. Qua beeld is het dat ook, maar het monument ligt aan een straat waar het zo druk is met autoverkeer dat zelfs ‘schreeuwlelijkerds’ zoals Toon en ik daar niet fatsoenlijk bovenuit komen.

Eenmaal terug in ’t Zoutkist, besluiten Toon en ik het filmpje over te doen. Op de tweede etage van de gallerie blijkt zich een klein balkonnetje te bevinden, net groot genoeg voor drie mensen, en bij gebrek aan Gert, wil de Belgische dichteres Marjan de Ridder ons wel filmen. Dat filmpje gaat dan meteen op de post.

Lunch in Sint-Truiden

Later die middag volg ik twee workshops: een van Rellie Telg, die ons cursisten een aantal inspirerende schrijfoefeningen laat doen. De andere workshop is van Tijdelijke Toon en gaat over ongemak op het podium. Ik besluit vooral de laatste workshop vanavond mee te nemen in mijn performance. Na de workshops gaan we naar de plaats waar we vannacht ook zullen slapen, en we zijn al gewaarschuwd: dat is een jeugdherberg met grote slaapzalen.

Die jeugdherberg met grote slaapzalen, dat lijkt niemand een goed idee. En dus gaat iedereen meteen aan de slag. Matrassen die van bedden worden gehaald en ergens op de grond neergelegd om zo de kans te vergroten dat je vanavond ook echt nog wat kunt slapen.

Mijn Belgische vriend Jee Kast zal vanavond samen met ons optreden. Hij staat al aan de bar als we ’s avonds na het eten terugkeren in ’t Zoutkist. Sinds Jee de finale van ‘Belgium’s Got Talent’ haalde, is hij lekker bezig met schrijven en optreden in België. Ik heb Jee al lang niet meer gezien. De laatste keer was bij mijn inauguratie als Stadsdichter van Tilburg, en dat is al weer bijna twee jaar geleden. Mijn performance zou van ongemakkelijk naar ongemakkelijker moeten gaan: het tweede gedicht draag ik op met mijn gezicht naar een blinde muur. En bij de laatste regels van het laatste gedicht loop ik vanaf het podium de trap op naar de tweede verdieping, zodat het publiek uiteindelijk enkel nog mijn voetstappen op de houten vloer aldaar hoort, en ook niet precies weet wanneer het moet klappen.

Martin in de jeugdherberg te Sint-Truiden (Foto: Jozua Pentury)

Het is de laatste avond dat we samen optreden, de laatste nacht dat we in elkaars gezelschap slapen. En dus bouwen we bij terugkomst in de jeugdherberg met zijn allen een feestje. Er is muziek, er wordt door onze rappers duchtig gefreestyled, er is drank. En er is later op de avond -liever gezegd: aan het begin van de nacht- ook een beheerder van de jeugdherberg die onze verbouwing van hedenmiddag toch niet op prijs kan stellen. Ik sta buiten te roken als de goede man met de auto het terrein op komt rijden, hij stapt uit en loopt een buitentrap op. Vervolgens hoor ik de beheerder helemaal uit zijn dak gaan van woede. En jawel: enige tijd later staat de beste man briesend de eerste tassen die hij te pakken heeft kunnen krijgen naar beneden te gooien. Dat was het feestje. Uiteindelijk heb ik mazzel: ik deel mijn kamer vannacht met één persoon, dus we hebben in totaal vijf bedden voor twee man. Dat ligt in ieder geval ruim, en een bijkomend voordeel is dat deze kamergenoot niet snurkt.

Poëziebus dagboek deel 8

11 augustus: Herentals

We zijn nog twee dagen verwijderd van het einde van deze Poëziebus Tour 2017. En wat belangrijker is: we zijn nog steeds met 22 dichters en de sfeer in de bus is erg goed. Zeker nadat we gisteren de eerste tegenslag in de vorm van een klein meningsverschil met de vertegenwoordiger van de Schepen van Sint Niklaas hebben overwonnen. De organisatie probeert ons inmiddels, door ons allerlei opdrachten op het podium mee te geven, zo ver mogelijk uit onze comfort zone te halen.

Vandaag treden we ’s middags op in Woonzorgcentrum Vogelzang. Daar zijn we volgens mij fashionably late, omdat Bas, de beste busbestuurder die een dichter zich kan wensen, toch ergens een verkeerde afslag heeft genomen, waardoor we plotseling op een afgelegen landweggetje midden in een natuurgebied staan. Bas moet de bus dus deels achteruit over hetzelfde weggetje terugrijden. En dat is even lastig.

We beginnen natuurlijk met een lunch op het terrein van het woonzorgcentrum. Daarna geeft onze collega-dichter Stanislaus Jaworski een korte Tai-Chi les. We krijgen een rondleiding door het woonzorgcentrum, want we spelen vanmiddag allemaal op verschillende plekken. Eén afdeling bezoeken we niet met zijn allen; dat is de gesloten afdeling op de derde verdieping. Daar zal maar een heel klein groepje dichters, onder leiding van Stanislaus en de hoofd-verpleegster van het woonzorgcentrum, heengaan om voor een publiek van dementerende ouderen te performen.

Joz Knoop, Gerard Scharn bieden zichzelf aan om naar de gesloten afdeling te gaan. En Stanislaus vraagt mij of ik zin heb ook mee te gaan. Ik heb nog nooit eerder voor een groep dementerenden opgetreden. En ik vind verpleeghuizen, of woonzorgcentra zoals men ze tegenwoordig noemt, deprimerende instellingen, want het zijn eigenlijk manieren de dood uit ons leven weg te bannen, terwijl in mijn beleving de dood juist bij het leven hoort. Ik zal dus net zo goed uit mijn comfort zone moeten, weet ik terwijl ik ‘da’s goed’ zeg.

Ik ben heel blij dat Stanislaus ervaring heeft met de doelgroep van vanmiddag. Hij werkt nog altijd een paar keer per week met dementerende ouderen. Hij heeft een boek vol oude (volks)liedjes bij zich, zowel Nederlandse als Belgische, en hij hoeft maar te gaan zingen of het publiek begint zich flarden van teksten te herinneren en zingt die mee. Een man in het publiek heeft een mondharmonica bij zich en speelt de melodie zo goed en zo kwaad als dat gaat mee. Tot zo ver niks aan de hand. Wel klinkt er tijdens onze voordrachten, soms minutenlang, af en toe een bijna dierlijk geschreeuw uit een van de kamers. We weten niet wat, hoe, wie of waar. Ik moet erg opletten welk werk ik hier wel of niet breng. En ik voel me inderdaad voor het eerst sinds heel lang weer eens ouderwets ongemakkelijk tijdens een performance.

Jozua Pentury en Arno Moens @Woonzorgcentrum Vogelzang

Van het Woonzorgcentrum lopen we naar het centrum van Herentals. Het is mooi weer, en de wandeling geeft mij de mogelijkheid de ervaringen van zojuist een plaats te geven. Het filmpje neem ik vandaag op met Jozua Pentury a.k.a. Jooz. Ik voel eigenlijk al vanaf het moment dat ik hem voor het eerst de hand schudde een klik met die man. En zeker na ons gezamenlijke optreden in Breda, ben ik gewoon fan.

Het optreden ’s avonds is weer een uitdaging, want we staan buiten, en tijdens de soundcheck klapt de stroom eruit. Zekering gesprongen. Na wat zoekwerk wordt het kastje gevonden waar de gesprongen zekering zich moet bevinden, maar dat kastje zit uiteraard op slot en de sleutel is onvindbaar. Er wordt gewerkt aan een oplossing, maar in ieder geval het eerste optreden van Stadsdichter van Turnhout Iris Wymants, moet niet alleen akoestisch, maar wordt later ook nog eens verpoept, of gewoon verneukt, doordat een paar wijsneusjes uit onze bus zich ertot twee keer toe mee gingen bemoeien. Ik voel dat mijn verkoudheid langzamerhand over begint te gaan. Dat besluit ik die avond nog te testen. Ik treed zonder microfoon op -ja, stemmetje werkt weer- en breng voor het eerst het gedicht ‘Asfaltpiraten’, dat ik over deze Poëziebusreis schreef.

Poëziebus dagboek deel 7

10 Augustus: Sint Niklaas

We zijn nu heel duidelijk over de helft van de Poëziebus Tour 2017, en de vermoeidheid begint bij iedereen toe te slaan. Naast de vermoeidheid, merk ik dat ik inmiddels ook snip- en snipverkouden ben. En ik ben niet de enige. De meeste stemmen van busdichters zijn de afgelopen paar dagen zeker een halve toon gezakt. Aan mij moet je nu ook even niet vragen een hoge C te zingen. Gaat vandaag niet lukken.

We rijden van Brussel naar Sint Niklaas. In de bus weet Gert me te vertellen dat er in het centrum van de stad een standbeeld staat van de heilige sinterklaas, en dat dat misschien wel een goede plaats is om vandaag een filmpje op te nemen.

‘Dat kunnen we doen,’ zeg ik, ‘maar dan komt er wat mij betreft wel een statement in het filmpje’.

‘Ah, en welk statement dan?’

‘Zwarte piet is racisme.’

‘Amaai, maar krijgt u daar dan geen problemen mee in Tilburg?’

‘Tsja,’ grinnik ik, ‘wat gaan ze eraan doen? Me ontslaan?’

 

In Sint Niklaas zijn we welkom in het Theater voor Uitvoerende Kunsten, zoals het zo officieel zo mooi heet. Maar in de volksmond is het gewoon de Stadsschouwburg. We lunchen wegens grote groep buiten op het plein voor het station. Voor het standbeeld waar we straks het filmpje op gaan nemen staan nu nog marktkramen. Na de lunch volg ik een workshop intertekstualiteit door Daan Janssens. Interessante kost, vooral op het moment dat er een gesprek tussen de deelnemers op gang komt over hoe zij in hun eigen werk omgaan met dat begrip. Want iedere goeie tekst, verwijst op zijn beurt weer naar andere goede teksten.

Ook de busdichters beginnen naar het lijkt steeds meer naar elkaar te verwijzen. In de bus ontstaan soms spontane freestyles, en er hoeft maar één heel zachtjes ‘Leiden Centraal’ te zeggen, of de halve bus scandeert de worden als een leus. Soms ook tijdens optredens en dat valt dan weer niet bij al het publiek in goede aarde. Het valt me daarnaast op dat het publiek in België niet overal aan onze vorm van poëzieperformance gewend is. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen: als je gewend bent dat op poëzie-avonden dichters voor komen lezen uit hun werk, dan zijn wij wel totaal iets anders. Blijft het aan ons het publiek te overtuigen van onze kwaliteit. En daar gaan we ook vanavond weer voor de volle 2200 procent voor.

Later die middag gooit Marjan de Ridder mij mijn eigen filmpje uit. Ik had gehoopt dat ze daarbij ook nog een gedicht voor zou dragen, maar dat gebeurt dan weer niet. Bij mij afkondiging houd ik mijn notitieblok nadrukkelijk in de camera. Het filmpje is er…

Met kunst- en vliegwerk en vooral een stem die behoorlijk naar de klote is, wurm ik me door het optreden vanavond. Het is na het optreden een busreis van een kleine 40 minuten naar ons hotel. En op onze hotelkamer blijkt dat er twee tweepersoonsbedden klaarstaan voor drie heren. Dat wordt ‘m ook niet. Met vereende krachten weten we een matras op de grond te leggen. Dat wordt vannacht mijn slaapplaats. En als er iemand het waagt me met zijn gesnurk wakker te houden, dan heb ik daar vannacht een oplossing voor: bij mijn verkoudheid kreeg ik een blaffend hoestje cadeau.

Poëziebus dagboek deel 6

9 augustus: Brussel

We rijden ’s morgens van Breda naar Brussel, in de veilige wetenschap dat, als de douane het op zijn heupen krijgt, en ons op of net achter de grens controleert, een aantal dichters dan wel een probleem heeft. Maar ja reden blijkt nog altijd geen aanleiding, en dus komen we aan het begin van de middag aan in de Pianofabriek te Brussel. De eerste dag in België. Gelukkig heeft men ook daar supermarkten.

Naar aanleiding van een tekst die ik tijdens de performance in Leiden bracht, leende Cissy Joan mij het boek “Hallo witte mensen” van Anousha Nzume. Een boek over het racisme dat verstopt zit in de dagelijkse machtsverhoudingen. Hoewel ik me van een aantal van de onderwerpen die ze in het boek aansnijdt al wel bewust ben, vind ik het toch altijd weer confronterend erover te lezen. Want inderdaad: mijn leven had er beslist anders uitgezien als ik geen blanke, heterosexuele, hoger opgeleide man van midden veertig was geweest. Nadat ik het boek uitgelezen heb, staat Shanna de Ruiter al in de wachtrij om het boek ook te lezen. Dezelfde tekst die ik in Leiden bracht, deed ik gisteren ook tijdens de performance met Jozua en Jeroen, en Jozua had daar ook nog wel wat over te zeggen. Het is een onderwerp dat dit jaar leeft in de bus.

Groepsfoto: 'The Making Of'.

Groepsfoto: 'the making of' ; ) Al deze mooie, getalenteerde mensen zijn vandaag te zien in Brussel: Poëziebus Tour 2017: Brussel !

Geplaatst door Poëziebus op woensdag 9 augustus 2017

De middag begint met een lunch, dan de inmiddels verplichte groepsfoto, waar we steeds minder zin in hebben. Daarna zijn er ook weer workshops in de Pianofabriek. Ik besluit de workshops over te slaan, en alvast een begin te maken met het bewerken van de geluidsopname die ik gisteren heb gemaakt. De opname klinkt goed, tot mijn genoegen. Maar verder dan het begin en het einde van de opname te knippen kom ik vandaag niet: er is maar één stroompunt, en dat is in gebruik. Bovendien moet je eigenlijk geen geluid willen bewerken als je enkel de speakers van een laptop tot je beschikking hebt, want die zijn simpelweg niet goed genoeg.

Aangezien vandaag de eerste dag in België van deze Poëziebus Tour 2017 is, vraag ik de belgische rapper/dichter Siebrand om mij vandaag mijn filmpje uit te bonjouren. Ik ben vanaf dag één fan van zijn dialect. Het West-Vlaams klinkt in mijn oren een beetje als het dialect dat in Nederland in Zeeuws-Vlaanderen wordt gesproken. En ik vind het nog altijd jammer dat ik zelf geen enkel dialect spreek. Maar dat terzijde.

Voor de avondperformance in Bar Eliza hebben we een opdracht meegekregen: iedere dichter is gekoppeld aan een andere dichter, en het is vanavond de bedoeling dat we niet ons eigen, maar elkaars werk gaan voordragen. Ik ben gekoppeld aan de Belgische dichter Arno Moens. Ik heb van hem een klein boekje met handgeschreven gedichten gekregen, en ik zie direct dat ik die eerst even in mijn eigen handschrift uit moet schrijven, om er zeker van te zijn dat ik straks ook precies lees wat er staat. Goeie poëzie, dassekerda, en ik heb de luxe dat ik de gedichten uit kan kiezen die mij het beste liggen.

We rijden ’s avonds naar het Elisabethpark in Brussel. Om meer precies te zijn: we rijden naar Bar Eliza, waar we op het buitenpodium zullen voordragen. Tot mijn verbazing is in het park een stabiele wifi-verbinding waardoor ik het filmpje al heb ge-upload nog voor de performances beginnen. Het is vreemd om dichters voor te horen dragen uit andermans werk. Uiteindelijk sluiten Marjan de Ridder en Kay Slice de avond af met een geweldige performance: zonder microfoon, niet op het podium maar op een gammel tafeltje midden in het publiek. Klasse.

Na afloop van het optreden verteld onze presentator Gert dat hij net gesproken heeft met een Franstalige dame, die ons niet helemaal kon verstaan, en zich ergerde aan het feit dat de Nederlandstalige bezoekers in haar ogen geen moeite deden om ons te verstaan. Samen met Gert loop ik nog even het park in om die mevrouw zelf te bedanken. Voor het eerst in twintig jaar spreek ik weer eens Frans. Ik kan het nog, en dat verbaast me zelf ook.