Open brief aan Mevrouw Marcelle Hendrickx en Mevrouw Esmah Lahlah

Geachte mevrouw Hendrickx, Geachte mevrouw Lahlah,

Ik schrijf u deze brief om u een voorbeeld te geven van hoe Tilburg, de stad die zich ongegeneerd #stadvanmakers noemt, nou eigenlijk omgaat met haar makers.

Zoals u weet was ik tussen augustus 2015 en augustus 2017 Stadsdichter van Tilburg. Twee jaar keihard gewerkt, en slechts een karig loon was hiervoor mijn deel, waardoor ik in die tijd ook bijstand ontving, en dus onder de participatiewet viel.

In zijn inaugurele rede memoreerde onze nieuwe stadsdichter A.H.J. Dautzenberg afgelopen zondag het volgende: “ Als stadsdichter van Tilburg krijg ik € 3.600,-. Per jaar. Bruto. Dat is € 300,- per maand. Geen vakantiegeld, geen pensioenbijdrage, geen doorbetaling bij arbeidsongeschiktheid, vul het rijtje zelf maar aan – voor die luxe ben ik als zzp’er zelf verantwoordelijk. Gezien de van de daken geschreeuwde importantie van kunst is dat bedrag natuurlijk bizar, lachwekkend laag. Hoe dicht kun je op de inhoud zitten… Ik had me van tevoren niet verdiept in de financiën, en dat is maar goed ook, want anders had ik de functie waarschijnlijk geweigerd. Nu ik ben benoemd, kan ik deze misstand adresseren, want mijn voorgangers hebben dit voor zover ik heb kunnen nagaan niet gedaan, hun ambities pasten blijkbaar in de beschikbare vergoeding.”

Daar moet ik aan toevoegen: als je de ‘mazzel’ hebt dat je in de participatiewet zit, dan kun je ook die zesendertighonderd euro per jaar inleveren bij de afdeling Werk en Inkomen (W&I) van de gemeente. En in ruil daarvoor krijg je dan je bijstandsuitkering. Dat is echter nog niet het ergste. Ik had me namelijk wel van tevoren verdiept in de financiën, en wat Dautzenberg zegt, klopt wel: mijn ambities pasten in de beschikbare vergoeding. De zijne blijkbaar ook, want anders had Tilburg nu een andere stadsdichter. Dit terzijde.

Omdat je naast een vergoeding ook een budget van vierduizend euro op jaarbasis krijgt om activiteiten te organiseren, heb ik zo snel mogelijk na mijn benoeming als Stadsdichter van Tilburg een afspraak gemaakt met mijn contactpersoon bij de afdeling W&I. Het was mijn bedoeling om samen met hem tot afspraken te komen over hoe ik één en ander naar W&I toe moest verantwoorden. Die afspraken zijn toen ook gemaakt: W&I wilde van alle inkomende en uitgaande facturen een kopie, en ook van mijn belastingaangifte, aangifte omzetbelasting, reacties van de belastingdienst, aanvragen voor subsidies, toekenningen van subsidies: de hele fokking papierwinkel wilde W&I zien. De hele fokking papierwinkel heeft W&I gezien. En nog was het niet genoeg.

Want als dank voor de bewezen diensten, werd ik bijna een jaar na mijn stadsdichterschap, namelijk in april 2018, door W&I geconfronteerd met een terugvordering van zevenduizendtweehonderdeenennegentig Euro en twee cent. Kun je me net zo goed meteen aan de bedelstaf brengen. Een deel van het geld dat de gemeente Tilburg met de linkerhand had gegeven als zijnde subsidie, werd met de rechterhand weer teruggenomen als zijnde inkomen. Een ander deel betrof veertienhonderdenachttien euro belastingteruggave. Maar ook daarover had ik met W&I afspraken gemaakt.

Dus dat, waarde dames, was heel vieze stank voor dank.

En dat brengt me meteen bij een vraag aan u: wat kost het de belastingbetaler als ik een bezwaarprocedure instel tegen een beslissing van de gemeente? En als ik daarna door moet tot de bestuursrechter, wat kost dat de belastingbetaler?

Want die bezwaarprocedure is er gekomen. Het doorlopen van de gemeentelijke procedure zorgde al voor een vermindering van het te betalen bedrag met vijfduizendachthonderddrieënzeventig euro en twee cent, want uw juridische afdeling oordeelde dat “de subsidies die u van ons heeft ontvangen niet aangemerkt dienen te worden als inkomsten”. Wel moest ik nog steeds veertienhonderdachttien euro belastingteruggave terugbetalen. De bewuste brief van 16 augustus 2018 (verzonden op 23 augustus 2018) waarin me dat werd meegedeeld was door u ondertekend, mevrouw Lahlah.

Omdat ik de belastingteruggave wel degelijk bij W&I opgegeven heb, maak ik bezwaar tegen dat besluit bij de bestuursrechter. En dan vervalt ineens ook de terugbetaling van die veertienhonderdachttien euro belastingteruggave. En vooral de argumentatie waarom de gemeente haar vordering ineens intrekt, is saillant: “Uit dit onderzoek is gebleken dat u op uw inkomstenverklaring van juni 2016 (getekend 5 juli 2016) heeft opgegeven dat u van de belastingdienst een bedrag ter hoogte van 1418,- euro heeft ontvangen. Ook heeft u een bankafschrift ingeleverd waaruit blijkt dat u dit bedrag heeft ontvangen. Hoewel het een vaste rechtsregel betreft dat een (voorlopige) teruggave als inkomen moet worden toegerekend aan de periode waarop deze teruggave betrekking heeft, is gebleken dat in uw geval een afspraak was gemaakt dat wij het bedrag ter hoogte van 1418,- euro inkomstenbelasting/premie volksverzekering 2015 niet zouden korten.”

Dit alles leidt bij mij tot de conclusie dat de gemeente mij bewust heeft geschoffeerd door lukraak (dat wil zeggen: zonder vooraf vast te stellen of er een wettelijke basis voor was) bedragen van mij terug te vorderen en zich daarbij bovendien niet aan de gemaakte afspraken te houden. De gemeente had liever geld dan goede verhoudingen, en nu heeft zij geen van beiden. U heeft daar allebei van geweten, dames. U heeft niets gedaan dan samen met uw ambtenaren een hoop belastinggeld over de balk gesmeten. Dat vind ik schandalig.

En zo behandelt Tilburg, de stad die zich profileert als #stadvanmakers, diezelfde makers dus: als een onbetrouwbare overheid, waarmee je als goedwillende maker niet geassocieerd wenst te worden.

Het is wat het is. De gemeente heeft haar keuze gemaakt, en ik maak nu de mijne. Ik deel u dan ook mee dat ik als voormalig stadsdichter aan geen enkel gemeentelijk initiatief meer medewerking verleen; ik wil u daarnaast verzoeken vanaf nu mijn naam te schrappen uit alle gemeentelijke communicatie betreffende het Stadsdichterschap van Tilburg, en ervoor zorg te dragen dat mijn stadsdichtersportret verwijderd wordt uit de bibliotheek. Want als u, of iemand, mij van tevoren had verteld dat de gemeente tijdens en na mijn stadsdichterschap zo met me om zou gaan, dan had ik de functie op zeker geweigerd.

Met vriendelijke groet,

Martin Beversluis

Stadsdichter van Tilburg 2015 – 2017.