Harry Liebenau’s Blues

Je klaterende lach, Tulla, en je donkergouden haar. Er is te veel

Te beschrijven. De dood is een berg in de bossen bij Danzig, waar

De botten van een nooit geboren baby onder een

Dun laagje aarde liggen te wachten tot de hond ze opgraaft,

Tulla, en opeet.

 

Je donkergouden haar, Tulla, en je klaterende lach,

Weerklinkend uit de verte. Een schoorsteen markeert

De plaats waar een man met een zeis woont. Hij maakt

Zandlopers, liefste, die iedereen wil hebben. De dood

En je klaterende lach, Tulla, de dood is een berg in

De bossen bij Danzig. De bomen zijn er groen.

De berg is wit en onzuiver.

 

Wie ben ik dat ik dit zien mag, er woedt immers

Oorlog in mij zoals in elke man. Altijd een klein

Auschwitz in je klaterende lach, Tulla, een zwarte

Waas donkert door helblauwe ogen. De dood en

De berg en de bossen bij Danzig. Wie ook jouw

Tweemaandskind verwekte, hij was slechts een

Schim die schaduwend voorbijgleed.

Zijn daad, mijn gedachte.

Je helblauwe lach, liefste.

Stadsdichter van Tilburg 2015-2017