Gedicht voor Nesim

Nesim, ik noem je zo,

Hoewel je duizend andere

Namen hebt. Wij, borelingen

Van een volgende eeuw, zijn

Opnieuw te vroeg geboren.

 

De wereld lijkt ons

Vreemd en oud, alsof

We alles al eens eerder

Zagen en die herhaling

Weer begint te vervelen.

 

Zag je de schaduwen

Opdoemen over jouw land,

Zag je de spanning

Stijgen, waarom werd ook

Jij overvallen?

 

De zon gaat op en onder

In Tuzla, de schaduwen

Zijn er -tegen alle verwachtingen in-

Op afstand gebleven, het

Lijkt er vredig (zag je daarom niks?)

 

Nesim, ik noem je bij de

Naam die je het minste past,

Maar die desondanks de jouwe

Is. Daar kan geen schaduw

Iets aan vervreemden.

 

Het stemt je hoopvol, Nesim,

Dat wij bij jou op bezoek zijn

Geeft je hoop. “Nu kan het niet

Meer slecht gaan met Bosnië,”

Lijken je ogen te zeggen.

 

Zag en zie je de donkerste schaduw

Dan niet, of ben je er niet bang voor,

Heb je elk gevolg al overzien en

Is elke weerstand overbodig?

Stadsdichter van Tilburg 2015-2017