Budapest ’s morgens

Mengelmoes van stemmen, stemmingen,

Sferen; het moment. Want er is nog net

Geen zon. Artificieel licht. Tussen

Schemering en ochtendgloren. Het licht

Verandert met het oog; totale verblinding,

Verbeelding en laat ons vieren wat we willen,

Wat we weten, wat we voelen; alles naar binnen

Gericht.

 

Venijn.

Een gillende gitaar.

Een luide stem.

Een gil,

Doffe dreun.

Venijn.

 

Geweld.

Ontheemd, vervreemd,

Verwilderd. Een schot,

Een val; het sterven

Geschilderd. Een klap.

Een bom, maakt niet uit.

Geweld.

 

Sferen, momenten met nog

Net geen zon. ’s Morgens

Vroeg. maakt niet uit,

Tijd genoeg. De dreun

Van het wakker worden

Geeuwt nog na. Geweld.

Geweld. Venijn. Venijn;

Genoeg verteld.

Eeuwig verlangen,

Tussen schemering en ochtendgloren.

De ogen vervangen in de

Vervreemding van het moment.

Contactgelensd.

Stadsdichter van Tilburg 2015-2017