Zonder anker

De stormen in

Jouw stem, ze

Striemen in mijn

Ogen. Vals ge-

Voel van mededogen

Bekruipt je

In de nacht

 

Je zegt dat ik

Een boom ben

Waar jij soms onder

Schuilt, dat ik soms

Jouw droom ben en

Je huilt

Terwijl je lacht

 

Ik vind het wel

Best zo. Ik weet

Morgen ben je

Weg en dan vergeet

Ik hoe je heette

Hou me maar één

Nacht in je macht.

Dichter