Portret van een middag

Ogen kijken staalblauw

Strak vooruit, zomer

Loopt achter lente aan.

In het holst van de

Nacht gloeit het lichtje

Van een sigaret.

Ze zegt: “ik wil

Met je naar bed.”

 

Lippen spreken lichaamstaal:

Minnaar -niet zoals

Ooit tevoren, maar niet

Zoals iedereen- waarde

Minnaar, meet mij met de

Maten die je hebt.

 

Wat zal er dan gebeuren als

De storm de kop opsteekt,

Wat gaan we doen als de

Dag ons opbreekt?

Gaan we wachten of waken

Onze krachten sparen

Gaan we staken

Of gaan we aan elkaar voorbij?

Haten we elkaar of

Houden we elkaar vast

Bij kaarslicht, wachtend

Op het einde van het onweer?

 

Minnares, dit is de kant van

Mij die wel ergens om geeft.

Ik ben droevig en heb slecht

Geslapen en ik meet jou naar

De maten die ik heb.

 

’s Middags worden we

wakker, komen we nergens

toe en zijn zo kunstwerken

Op zichzelf.

Stadsdichter van Tilburg 2015-2017