De wijze

1. De omgeving van de wijze

 

De stad schminkt zich:

Plotseling licht ontlokt

Een zee van kleur. Loopt

Door de stad, verloren

Loopt hij door de stad. De

Zon straal vrolijkheid,

Rondom hem alles

Transparant.

 

Daar loopt hij met verve

Verloren door de stad. Zijn

Ogen spieden gezonnebrild

Naar de vrouw die voor hem

Loopt, de korte rok die in

Een winkelruit passeert.

 

De stad heet zich geopend

Voor het leven dat in haar

Huist. Gevoel zonder doel

Zijn ogen spieden de horizon

Af, op zoek naar alles wat

Gebeuren kan. Zijn ogen speedy,

Gezonnebrild.

 

2. Wat de wijze zeide:

 

“Lopen

Ik moet lopen naar

Het licht en als ik

Daar ben moet ik nog

Verder lopen, en dan

Links en dan kom je

Bij God.

 

Vliegen

Ik moet vliegen als

De dichter, lichter

Van gewicht en

Enkel woorden achter-

Laten als verslag

Van de reis.

 

Onthouden

Ik moet alles

Onthouden. Hoe

De plooien van

Het gezicht zich

In de loop der

Tijd ontvouwden.

 

Herinneren

Een mensenleven lang

Herhalen en herinneren…”

Stadsdichter van Tilburg 2015-2017