Categorie archief: Stadsgedichten

stadsgedichten van Martin Beversluis

Centimeter voor centimeter

Het gaat van gek naar

gekker we verkopen

onze broodjes nu per

strekkende centimeter

openen tegenover de

schietsportwinkel een

psychiatrische kliniek

we blijven rechts rijden

bouwen winkels voor

de leegstand we trekken

ons terug achter onze

lsd-schermen waar een

werkelijkheid bestaat

uit alternatieve feiten

die niet bestaat die

precies is als wij zijn

als wij zien wat we willen

zien broodjes poep slikken

we centimeter voor centimeter

door als zoete koek

 

van gek naar gekker het

centrum verplaatst zich

uit het centrum richting

haven en spoor tegelijk

het festival heeft zijn

ideologische veren nu

toch echt afgeschud er

komen nieuwe generaties

waarvan het bestaan nog

niet vermoed werd het

leven gaat door voor de

levenden gaat vermoedelijk

steeds sneller meer nieuwe

ontwikkelingen niet meer

de lust die bij te benen en

dan vervaagt langzaam

het contact met de stad

 

een onbekende

rust en vrede

stad omarm me.

 


 

Noord naar Zuid

Tweestedenziekenhuis ik
was rantsoenendienst gaf
een patient twee jointjes
per dag en ik rookte er
één van mee da’s mijn
manier karmapunten bij
elkaar te sprokkelen daarna
fietste ik weer eens aan ik moet
door de Dokter Deelenlaan
de Postelse Hoeve het
ventweggetje heet Reitse
Hoevenstraat langs De
Rooi Pannen Oliemeulen
en aan de andere kant
heel veel heel lelijke
woningbouwflats
Tongerlose Hoeve is dan
en oase maar ik moet
door langs rotondes
stukje Wandelboslaan
ik moet door stukje
Kwaadeindstraat rechtsaf
Waterhoefstraat Peter
Postplein Philips
Vingboomstraat korte
rotonde naar de Jan
Heijnstraat en dan rap
richting centrum die
kuttige stoplichten zorgen
altijd dat je twee keer
kunt stoppen voor je de
Burgemeester Brokxlaan
op kunt en ik moet door
Gasthuisring en onder
het spoor bijna op de
helft en ik moet door
stukje spoorlaan die
parkeergarage had men
beter Knegten kunnen
noemen dwaalgebied
begint met heilige grond
de Noordstraat en de
Nieuwlandstraat trots
van Tilburg dan het
fietsvoetpad naar de
Oude Markt toe het
beste deel van de reis
is voorbij Schouwburgring
Bisschop Zwijsenstraat
Broekhovenseweg en
dat je dan op een gegeven
moment rechts afslaat bijna thuis
Pater van den Elsenplein
nog even boodschappen
doen als weggaan linksaf
is en thuiskomen is
rechtsaf en alles
is in evenwicht.

Zuid naar Noord

Hier ken ik de stad zo goed
dat ik sluipwegen heb links
het Silvrettapad af het heuveltje
op de Stoeterijstraat dan
linksaf de Bloemisterijstaat
langs de Warmoesstraat de Jan
Truyenlaan in en bij de Chinees
linksaf de broekhovenseweg op
oversteken bij de stoplichten
in Tilburg bekruipt me het
gevoel dat weggaan linksaf
is Piusstraat linksaf naar
het centrum de Bisschop
Zwijsenstraat herinnert
zich Doe Maar ik fiets door
Stadhuisplein Oude Markt
Kapelhof Nieuwlandstraat
Noordstraat ongeveer
halverwege nu Spoorlaan
stukje Hart van Brabantlaan
Sint Ceciliastraat straks een
stadspark Jan Heijnsstraat
grote Appie onhandige
rotonde dat Chinese
restaurant daar zal wel
niet voor niets ‘Ho-Ho’
heten Pieter Postplein ik
rijd de busbaan op beweeg
van zuid naar noord het
is een kwaad eind door
verschillende straten ik
verbaas me hoe de stad
beurtelings mooi en lelijk
is Reitse Hoevenstraat
waar mooie oude
gebouwen lelijke
nieuwe bestemmingen
kregen linksaf bij de
Postelse Hoeve de
parkeerplaats op ik
ben rantsoenendienst
vandaag fiets op slot
en dan naar binnen
Tweestedenziekenhuis.

Tijd

Dat hij daar niet van hield
hij stribbelde tegen dus je
paste steeds grover geweld
toe eerst alleen in woorden
hij werd kleiner en kleiner
tot hij een ding was

je pakt het op zet het op
tafel je wilt zelf zien hoe
dat ding er uitziet het is
afgeleefde levenloosheid
die je oog raakt het licht
doffer en minder blauw

ineens gaat het ding tikken
als een tijdbom wil geen
ding meer zijn wil met ons
in ons elke grote verandering
begint als monster begint nu
het tikkende ding blaast een
nieuwe tijd leven in en
een oude tijd op.

Tijdrijder

                                                                                   Aan Tom Dumoulin
Hij laat alleen zijn benen spreken
in die laatste rit hij trapt en trapt
in de zwaarste versnelling die er is
hij zit stil op zijn fiets de tijd tikt
door het is nu of nooit roze
is de mooiste kleur minder
dan een minuut zwoegen en
stoempen hij moet het maar
doen in die paar kilometer
die nog over zijn doortrappen
geef ze een klap van de molen
rijd ze het snot voor ogen ze
mogen geen tijd meer pakken
nu zet hij het peloton eens
te kakken terwijl seconde
na seconde weg tikt in zijn
voordeel op zestig tellen geeft
de tijd dan ook het oordeel
die jongen uit Maastricht
wint de Italiaanse ronde.

Naam

Dat het uitzicht van
de spoorzone blauw
en neo-futuristisch is
een treincoupé die niet
rijden kan een stuk
spoor waarover nog
nooit is gereden het
is een gebouw was
ooit een toonbeeld
van vooruitstrevend en
controversieel alle kleine
tegeltjes vormen samen
stuitend blauw men vond
het een lelijk gebouw
vooral om zijn functie
arbeidsbureau werd
uwv de weg naar werk
bleek vaak een eenzame
reis van en naar dat
blauwe gebouw
dat zo lelijk

arbeidsbureau werd uwv
en verhuisde met de tijden mee
terwijl we allemaal wenden
aan het blauw meningen
veranderden langzaam
mooi blauw is niet lelijk
leegstand was nog even
een dreiging maar heden
hebben zelfstandigen er
hun kantoor en het gebouw
dat heet gebouw want daar zijn
geen futuristische woorden voor

het voormalig uwv-gebouw
is van grote Tilburgse faam
en de vraag aan onze stad is dus
wie geeft dit gebouw een nieuwe naam?

 

Nieuwe naam voor de oude Soos

Hoe Tilburg in elkaar zit

Zo’n stad als ons Tilburg is
soms een veelkoppig monster
zonder kwade bedoelingen
een huis dat op een auto
botst schurende geluiden en
lachende lopende mensen
de stad geeft ons ruimte

Tilburg is de naam
De naam van het zoeken naar oneindigheid
Oneindig terugkerend
Als water? Als lucht? Of als oranje?
Gekleurde strepen op de grond, ook oranje
Iedereen zichzelf, in Tilburg

De stad in de zomer
heldere hemel fontein
op de Heuvel warmer
en warmer de zon
noem je dan al gauw
een ploert van koper
strijk neer aan de Haven

Tilburg, de poort naar mijn toekomst
Zoekend naar mijn thuis
Waar talent kansen krijgt
Als individu maar niet alleen
Verkennend zoeken naar verlangens
Die reflecteren in het mooiste spiegelbeeld

De stad is open voor allen
iedereen die even vrij wil zijn
gezellig door het hart wil struinen
en samen met Tilburg zichzelf wil zijn
ga langs de gaybar, kasteel en de bieb
overal word je met warmte ontvangen
want zo zit Tilburg in elkaar

Tilburg, een stad met volle historie
En ook een prachtige toekomst
Een stad die voor sommigen alles is
Waar zelfs koningen van willen weten
De stad nodigt uit om gezien te worden
Want iedereen is welkom in Tilburg

Gedicht geschreven en voorgedragen door:

Martin Beversluis, Stadsdichter van Tilburg
Rozelijn van Gurp, Junior Stadsdichter van Tilburg 2017 – 2018
Jim van Bergen, Junior Stadsdichter van Tilburg 2016 – 2017

Video: Bart van Dijk @Bibliotheek Midden-Brabant

Muziek: Meandertaler

Underground TacticZ:    DJ

Martin Beversluis:            Dichter

      Hoe Tilburg in elkaar zit - Meandertaler featuring Jim van Bergen en Rozelijn van Gurp

 

Vreetschuur

Ik heb hierin een opfokplicht
dus van mij krijg je een vinger
die vieze vreetschuur ging in
gelukkige vlammen op ineens
was de keuken helverlicht
en heet het vuur greep om zich heen
nooit meer etenstijd laatste ronde
nu geweest er is niet meer over dan
een karkas van wat ooit was waarin
nooit meer wordt gefeest
een mens leeft maar eens
druppels op gloeiende platen
maatregelen die mensen haten
dierenleed kan niemand baten
de klimaatverandering loopt de spuigaten
uit maar wij blijven er slechts over praten
aan tafeltjes in vreetschuren waar de
gezelligheid blijft voortduren zodat
de haan zelden meer dan drie keer kraait
en gezelligheid snel in de wind verwaait
als moeder aarde naar haar einde draait.

Nieuwe lente

Dat geven en nemen
volmaakte harmonie is
een stoot van de lendenen
ik geef jij neemt het is goed zo
dat de natuur op breken
staat duiven klapwieken
en tuimelen om hun vrouw
te imponeren vandaag lijkt
de natuur te exploderen
de bomen vouwen hun
blaadjes voorzichtig open
in de zon de poes besluit
juist deze dag krols te worden
er is een balkongroententuin
die door een dichter een
paar katten en meesjes
bewoond wordt harmonie
is hoe leven nieuw leven
betekent de jonge meesjes
van toen zijn de vader en
moeder van nu onmisbaar
in die zin geven en nemen
is groeien en groeien en in
één van die dagen ben je
opgegroeid dan wordt het
weer stilaan herfst.

Requiem

      Requiem - Meandertaler

                                                                            Aan Incubate

We reden op fietsen van licht
en geluid door de stad we gaven
onze varkens een S van stro
vlekkie en spekkie aten het gulzig
we koesterden de foto’s van onze
moeders die niet weg mochten
waaien nooit weg konden waaien
een festival werd langzaamaan
gesloopt door bureaucraten er
stonden piano’s op straat die
zeiden bespeel me want ik ben
van jou er was controverse
zoals er ook altijd ontroering
was er waren polsbandjes er
was een stad voor vriendelijke
mensen van heinde en verre
waar je broedplaatsen moest
koesteren want die waren je
toekomst stad van makers in
een land van slopers die hun
mouwen stropen en opgaan
voor moord de raad vraagt
om een nekschot maar de
wethouder zegt ik wurg
de makers zien de leegte
komen en benoemen deze
stad heet vanaf nu Stilburg