Categoriearchief: Proza

Poëziebus dagboek 1

4 augustus 2017 Rotterdam

’s Morgens vertrek ik -zoals gebruikelijk, zou ik erbij willen zeggen- al veel te vroeg richting Rotterdam om mee te gaan met de Poëziebus Tour 2017. En in dit geval is dat maar goed ook, want met mijn eveneens gebruikelijke nonchalance stap ik in Tilburg op bus 2 in plaats van bus 1. Dat betekent dat de bus mij niet rechtstreeks naar het station brengt, maar dat ik eerst nog even mee mag rijden door Goirle, om dan vervolgens via het Elisabeth/TweeSteden Ziekenhuis alsnog op het station aan te komen. En daar moet ik me zelfs nog haasten om mijn trein te halen. Gelukkig heb ik geen last van vertraging vanwege de werkzaamheden aan de Moerdijkburg, dus ben ik toch nog op tijd in Rotterdam. Vanaf het Station loopt ik bepakt en bezakt naar de Rotterdamse Schouwburg, want daar begint de Poëziebus Tour 2017.

Ik meld me bij ons Busopperhoofd Irene Siekman, en die loodst me de artiestenfoyer binnen, zodat ik kan inchecken, de medepassagiers begroeten en een beetje kan lunchen. Daarna gaan we van start. Dit jaar worden we uitgezwaaid door Diana Ozon en voormalig Poëziebuspassagier Jana Beranova. Zij was een van de vorige Stadsdichters van Rotterdam. Jeroen Naaktgeboren, de eerste Stadsdichter van Rotterdam, zit dit jaar op de bus. Daan Janssens, Stadsadichter van Hoogstraten (België) is dit jaar ook passagier, en de Stadsdichter van Tilburg schijnt ook op de bus te zitten.

Diana Ozon (foto: Look J. Boden)

Na de officiële opening is het tijd voor verschillende workshops. Maar ik ga eerst even zorgen dat er een filmpje komt voor Tilburgers.nl. En ook daarna komt het er niet meer van deel te nemen aan een workshop, want ergens net na het maken van het filmpje, stapt E. de Schouwburg binnen, met haar dochtertje. Van de 45 jaar die ik op dit moment op mijn teller heb staan, ken ik E. al 40 jaar. We zien elkaar eens in de zoveel tijd en op zeer onregelmatige basis, dus het is extraleuk dat ze er vandaag wel bij is. Bovendien heb ik haar dochtertje nog nooit ontmoet. Filmpjes uploaden via wifi is hell to pay. Zelfs na het avondeten is het filmpje –dat alles bij elkaar nog geen minuut duurt- nog altijd onderweg.

Martin Beversluis (foto: Look J. Boden)

’s Avonds performen we in wisselende samenstellingen in en op het plein voor de Rotterdamse schouwburg. Ik ken het plein nog uit mijn jeugd, al is er van dat plein weinig meer over. Alle dichters zijn ingedeeld in koppels. Poëziebuspresentator Gert Vanlerberghe koppelt elke van die koppels aan mensen uit het publiek, en geeft de locatie waar we optreden. Dan is het de bedoeling dat we ons publiek zo lang mogelijk (met een maximum van 15 minuten) aan onze lippen kluisteren en geboeid toeluisteren. Na die 15 minuten (of eerder, als het publiek geen zin meer heeft om te luisteren), ga je dan weer terug naar binnen om gekoppeld te worden aan de volgende groep uit het publiek. De eerste ronde treed ik samen met een heel jonge Rotterdamse rapper (wiens naam me niet is bijgebleven) op. Die jongen ben ik direkt na het eerste optreden kwijt, waardoor ik de rest van de avond samen met slamtalent Tijdelijke Toon heb opgetreden.

Tijdelijke Toon (foto: Look J. Boden)

Aan het eind van de avond voor het eerst de bus in. In tegenstelling tot de vorige jaren is onze bus groen. De bus brengt ons naar het hotel. Morgen staat Leiden centraal.

Speeches #5: Keuzes, kruispunten en kwantummechanica

Speeches

Allereerst de beste wensen voor het nieuwe jaar.

Dat het voor ons allen een jaar van kruispunten mag worden. Zolang we kruispunten over kunnen steken leven we immers. Want wat is het leven meer, dan één lange wandeling langs ontelbaar veel kruispunten. En een kruispunt is een uitgelezen plaats voor het maken van een keuze. Ik loop, net als u, dagelijks over honderden, misschien wel duizenden kruispunten; en ik ga eens een keer links, of ik ga rechtsaf als dat niet anders kan. En als ik niet kies, dan loop ik rechtdoor, en dan heb ik toch gekozen. Mijn route langs al die kruispunten is uniek en vormt mijn levenspad. U loopt ieder uw eigen route, langs uw persoonlijke kruispunten, en vandaag, op dit moment zijn u en ik in dit universum en in dit leven bij elkaar, terwijl ik in mijn functie van Stadsdichter van Tilburg voor u sta, en deze speech uitspreek.

Dat ik hier vandaag überhaupt sta, heeft veel te maken met de keuzes van wijlen mijn ouders. Ik werd in juni 1972 geboren, en had bij mijn geboorte een maagvernauwing en elf vingers. Als mijn ouders mij drie weken na mijn geboorte niet naar het ziekenhuis hadden gebracht om me aan die maagvernauwing te laten opereren, dan was ik hier vandaag niet geweest. Dus daar was en ben ik best blij mee, kan ik u zeggen. Dat ze in één moeite door ook mijn tweede rechterduim erafhaalden, daar was ik dan weer niet blij mee. En dat illustreert: niet alles wat je in het leven meemaakt is per se je eigen keuze.

Ik vraag me sowieso af hoeveel bewuste keuzes een kind maakt. Ik ben linkshandig. Was dat mijn eigen keuze, of ligt de oorzaak van mijn linkshandigheid aan die operatie aan mijn rechterduim. Of was het wellicht genetisch bepaald; mijn moeder was oorspronkelijk ook linkshandig, maar in haar schooltijd was rechtshandigheid de norm, en werd links schrijven nog bestraft met een klap op je hand. Ik heb altijd meer met taal gehad dan met tellen. Was dat een keuze? Of lag het aan het feit dat mijn ouderlijk huis één grote boekenkast was, omdat mijn ouders oorlogskinderen waren, die zich vanaf hun jeugd afvroegen wat hen in vredesnaam was overkomen?

Maar goed kruispunten. Keuzes. Verhalen. Ik heb doorgaans grote moeite keuzes te maken. Moeite me te beperken tot één ding, één weg. Ik kan al spijt hebben van een beslissing nog voor ik hem heb genomen. Spijt om alles waar ik niet voor kies. De keuze reduceert het aantal mogelijkheden tot één; je kunt op een kruispunt niet tegelijkertijd links- en rechtsaf gaan. Maar mijn geest heeft het liefst onbegrensde oneindigheid, en wil daarom alles kiezen. Daar ligt een vorm van weemoed. Kiezen betekent ook: afscheid nemen van wat je niet, of niet nu, hebt gekozen.

Vroeger las ik alles dat ik niet koos in boeken. Er waren er in mijn ouderlijk huis voldoende voorhanden. Ik was jaloers toen mijn oudere broer eerder kon lezen dan ik. En toen ik eenmaal kon lezen verslond ik de boeken zo’n beetje per strekkende meter. Op mijn negende jaar trok ik ‘De Donkere Kamer van Damocles’ van Hermans uit de boekenkast en las het bijna in één adem uit. Ook op de middelbare school bleven exacte vakken aan mij nog steeds niet besteed; tijdens de wiskundeles bleef ik me vertellen, en dan zat ik toch weer in de les Nederlands. Naast lezen werd schrijven al gauw noodzakelijk. Ik gebruik dat woord hier expres, want sinds ik schrijf -ik was 14 toen ik begon-, heb ik het schrijven altijd als een noodzaak gezien. Nooit als een keuze. Ik moet me vertellen, anders wordt ik gek, of ga ik dood. De keuze in het schrijven lag iets verderop, namelijk: als ik schrijf, schijf ik dan om het schrijven, of schrijf ik om gelezen te worden. Mijn keuze was dat laatste. En dus bemachtigde ik al snel een plaats in de redactie van de Schoolkrant en de jeugdredactie van het lokale Vlaardingse kerkblad.

Ik las in die tijd minimaal drie boeken per week, en omdat ik toen al niet kon kiezen kwam het regelmatig voor dat ik in twee of drie boeken tegelijkertijd begon. Simultaanlezen, want bespaarde me weer een paar keuzes: waarom of of als het ook en en kan zijn. Toen ik zestien was, kreeg ik van een vriend, die wist dat ik geen rekenwonder was, een boek over quantummechanica. Het heette ‘De Dansende Woe-Li Meesters’, en er kwam precies één rekensom in voor: E= MC kwadraat. Voor het overige werd er in voor mij begrijpelijke taal -tegenwoordig noemen we dat populair wetenschappelijk- uitgelegd wie de quantumtheorie wanneer bedacht hadden, wat quantummechanica eigenlijk is, en wat je ermee kunt. Er ging een wereld voor me open, die microscopisch klein was, maar mij troost bood.

Neem alleen al de natuurkundige wet van behoud van energie. Geen kwantummechanica, wel troost. Want het was niet mijn keuze dat mijn moeder op mijn vierentwintigste overleed. Maar het overlijden van mijn moeder was wel een kruispunt dat ik overstak, omdat teruggaan geen optie was. Maakte ik daar bewuste keuzes, of koos ik juist niet, liep ik gewoon rechtdoor omdat dat het makkelijkste was en ik wel wat anders aan mijn hoofd had? Was het misschien een beetje van beiden, en lag de waarheid weer eens ouderwets in het midden?

Mijn moeders hart stopte dus met kloppen, en ongeveer tien jaar later deed mijn vaders hart dat ook. Mijn ouders geloofden dat ze naar de hemel gingen. Ik geloof niet in hemel of hel, maar de Wet van Behoud van Energie zegt, dat de energie die verloren ging toen hun harten stopten, ergens anders in het universum weer opgewekt is. Energie kan immers niet verloren gaan. Het is alleen niet aan ons stervelingen te weten waar die energie heengaat, of te weten hoe dat gebeurt, en misschien gebruiken sommige mensen de termen ‘hemel’ en ‘hel’ wel om die abstracte natuurkundige werkelijkheid grijpbaar te maken. Dat is dan een schrale troost. Troost is altijd schraal.

We maken elke dag gemakkelijk honderden keuzes, en hoe vaker we voor hetzelfde kiezen, des te meer die keuze waarheid wordt. Op mijn twintigste noemden veel mensen me: ‘die jongen die dichter wil worden.’ Ik geloof dat ik die keuze inmiddels zo vaak gemaakt en bevestigd heb, dat ik er nu één ben. In de liefde kan het ook zo gaan: je vriend of vriendin kan één keuze later je verloofde zijn, en nog weer een keuze daarna je man of je vrouw. In dit leven en in dit universum althans.

Wat de kwantummechanica zegt over keuzes: Bij iedere observatie van een gebeurtenis in de kwantumwereld (waar meerdere uitkomsten mogelijk zijn), wordt ieder van die uitkomsten verwerkelijkt in een nieuw parallel universum voor iedere mogelijkheid. Kortom-en-in-gewone-mensentaal: de keuzes die we maken zijn tijd- en plaatsgebonden. Wij zijn nu allen hier door de keuzes die we in dit universum en in dit leven gemaakt hebben. En wat nou zo’n geruststelling is: alle andere keuzes die we ooit hadden kunnen maken, die hebben we ook gemaakt. Alleen niet in dit leven, niet in dit universum.

Stel je de mogelijkheden eens voor: er is een universum waarin ik Minister-President van Nederland ben, omdat dat de optelsom was van alle keuzes die ik in die tijd in dat universum maakte. Net zoals er ook een universum is waarin ik niet meer besta, omdat die operatie aan mijn maag niet of net te laat kwam. Soms maakt het universum de keuze namelijk voor jou. Er bestaat een universum waarin ik rondloop met twee duimen aan mijn rechterhand. Zoals er ook een universum bestaat waarin mijn ouders wel meemaakten dat ik Stadsdichter van Tilburg werd. Er bestaat zelfs een universum waarin de optelsom van al mijn keuzes in dat leven in dat universum geen poëzie oplevert (en dat te beseffen is voor mij een vreemde gewaarwording).

In zekere zin verandert iedere keuze -zelfs de keuzes die je niet zelf maakt- de wereld en het universum. Honderden keuzes per dag leveren zo al snel duizenden parallelle universums op, omdat de wereld gonst van mogelijkheden. En al die keuzes, al die universums kunnen naast elkaar bestaan. Niet alleen al mijn keuzes, al mijn universums, maar ook al die van ieder van jullie. Al onze universums bij elkaar zijn mogelijkheid bij dat ene universum dat werkelijkheid is.

Zo gezien zijn kruispunten veel meer dan plaatsen om één keuze te maken. Het zijn uitgelezen momenten elke keuze te maken, en zo nieuwe universums te scheppen. Ik wens u het komende jaar, en alle jaren daarna, veel kruispunten toe, opdat evenzoveel nieuwe universums zich voor uw ogen zullen openen.