Categorie archief: Proza

Poëziebus dagboek deel 10 (slot)

13 augustus: Antwerpen

Bij het ontbijt in Sint-Truiden opper ik het idee om voor we weggaan om kwart over negen ’s morgens nog even een poëtische aubade te gaan brengen bij de beheerder die ons vannacht het feesten zuur maakte -‘en die tas, die gooien we terug’- maar dat vindt niemand een goed idee. De sfeer is loom op deze laatste ochtend samen. Heidi Koren doet ergens achteraf op het gras haar yoga-oefeningen, en ik trap een balletje met Jeroen Naaktgeboren, Marjan de Ridder, Kay Slice en Jozua Pentury.

Dan rijden we naar Antwerpen. We zullen daar op twee plaatsen optreden. De meesten van ons gaan direct naar Het Steen, een mooi oud kasteel dat tegenwoordig als historisch museum inculief horecagelegenheid dienst doet. Ik mag echter eerst met een groep ‘rappers’, onder leiding van Siebrand, naar Zomerbar Noord, en dat ligt in een park op dertig minuten loopafstand. Dat is dus een flinke wandeling met tas die elke dag een beetje zwaarder wordt, maar gelukkig is het goed weer. En het is de laatste dag dat ik met al deze ontzettend getalenteerde mensen mag optreden, dus ik ga ervoor.

Petra Van den Berge, Adriána Kóbor, Shanna de Ruiter, Relle Telg, Arno Moens, Martin Beversluis en Hidde Moens in Antwerpen

Maar eerst het laatste filmpje voor Tilburgers.nl maken. Dat doe ik vandaag met de broers Arno en Hidde Moens, die tijdens het filmen een stukje ongevraagde publieksparticipatie krijgen, en daar zo meesterlijk mee omgaan dat het filmpje daardoor op zich al geslaagd is. Het opsturen kan ik vanavond doen, want ik heb een lift van Antwerpen terug naar Tilburg geregeld.

Park Spoor Noord, het terrein waar Zomerbar Noord zich bevindt, is een prachtig stadspark. En zomerbar Noord is een stijvol grand café. En ook al is het middag, alle dichters bestellen een Antwerpse Tripel voor het optreden. We treden op met een DJ, die wel met ons wil improviseren. Het terras is gevuld met voornamelijk gezinnen. Er zijn fonteintjes, en een kleine plas water van het formaat sloot. Het is goed weer, en we kunnen doen en laten wat we willen, maar qua performance komen we niet heel veel verder dan de eerste twee rijen tafeltjes. Net naast het podium dansen een paar kleine kinderen en Cissy Joan weet daar heel fijn op in te spelen tijdens haar optreden. Tijdens ons optreden zit ook ineens Dean Bowen in het publiek. Goed hem weer eens te zien en te spreken.

Ontmoeting met de man met de hamer

Na het optreden in de Zomerbar wandelen we terug naar Het Steen. We raken net niet de weg kwijt, maar we doen er wel wat langer over dan strikt noodzakelijk. Als we iets over vier terug zijn bij het Steen, en ik na het begroeten van alle bekenden, eventjes helemaal alleen ergens op een muurtje zit, komt eindelijk de man met de hamer die me een flinke tik geeft. Dat was ook wel te verwachten na tien dagen onderweg. Maar ik had toch gehoopt dat die man nog even zou wachten, want ik heb nog één laatste performance te doen, en die is pas over een uurtje.

Kay Slice, Giovannie Beaudonck en Martin Beversluis

Om twintig over vijf kondigt Gert op het podium de laatste performance van de Poëziebus Tour 2017 aan. Dat ben ik, samen met Kay Slice en Giavanni Beaudonck. Toch wel één van de aardigste grappen uit de Poëziebus: Kay Slice trad een paar weken voor de tour op tijdens een boekpresentatie in Breda, en door miscommunicatie was zijn naam niet goed doorgekomen bij de mensen die het evenement aankondigden. En zo werd Kay Slice ineens Kees Sluis. En laat het nou net zo zijn dat Kay een rotterdammert is, die ook een flink Rotterdams accent in huis heeft. Dus je zou zo kunnen denken dat je met een autochtone blanke Rotterdammer te maken hebt, totdat je hem ziet. Ik heb hem vanmiddag tijdens de wandeling van Zomerbar Noord naar Het Steen aangeraden het alter ego Kees Sluis mee te nemen in toekomstige performances. Ik kan alleen maar hopen dat hij dat ook gaat doen.

Het laatste optreden van de Poëziebus. Ik sta als een zombie op het podium. Ik zie dat Pepijn inmiddels ook op het terrein is. Dat is mooi, want hij brengt me straks terug naar Tilburg. Ik draag als laatste gedicht ‘Asfaltpiraten’ nogmaals voor. Het is één van de drie gedichten die ik tijdens deze tour meer dan één keer breng. Daarna zit de Poëziebus tour 2017 erop. En begint het afscheid nemen van een groep waanzinnig getalenteerde mensen, die ik nu mijn vrienden mag noemen. Nooit meer samen op Leiden Centraal. Wel samen voor de poëzie. Heel, heel hartelijk dank iedereen. Het waren dagen die ik nooit meer zal vergeten.

Poëziebus dagboek deel 9

12 augustus: Sint-Truiden

De één-na-laatste halte van de Poëziebus Tour 2017 is het liefelijke Belgische plaatsje Sint-Truiden. Hier strijken we neer in ’t Zoutkist, een gallerie met een kleine bar. We hebben na de lunch flink wat tijd over, en dus ga ik met Gert en Tijdelijke Toon op pad om mijn filmpje voor vandaag te maken. In het centrum van Sint-Truiden komen we een monument voor de gevallenen van beide wereldoorlogen tegen. Dat monument lijkt ons geknipt voor een mooie performance. Qua beeld is het dat ook, maar het monument ligt aan een straat waar het zo druk is met autoverkeer dat zelfs ‘schreeuwlelijkerds’ zoals Toon en ik daar niet fatsoenlijk bovenuit komen.

Eenmaal terug in ’t Zoutkist, besluiten Toon en ik het filmpje over te doen. Op de tweede etage van de gallerie blijkt zich een klein balkonnetje te bevinden, net groot genoeg voor drie mensen, en bij gebrek aan Gert, wil de Belgische dichteres Marjan de Ridder ons wel filmen. Dat filmpje gaat dan meteen op de post.

Lunch in Sint-Truiden

Later die middag volg ik twee workshops: een van Rellie Telg, die ons cursisten een aantal inspirerende schrijfoefeningen laat doen. De andere workshop is van Tijdelijke Toon en gaat over ongemak op het podium. Ik besluit vooral de laatste workshop vanavond mee te nemen in mijn performance. Na de workshops gaan we naar de plaats waar we vannacht ook zullen slapen, en we zijn al gewaarschuwd: dat is een jeugdherberg met grote slaapzalen.

Die jeugdherberg met grote slaapzalen, dat lijkt niemand een goed idee. En dus gaat iedereen meteen aan de slag. Matrassen die van bedden worden gehaald en ergens op de grond neergelegd om zo de kans te vergroten dat je vanavond ook echt nog wat kunt slapen.

Mijn Belgische vriend Jee Kast zal vanavond samen met ons optreden. Hij staat al aan de bar als we ’s avonds na het eten terugkeren in ’t Zoutkist. Sinds Jee de finale van ‘Belgium’s Got Talent’ haalde, is hij lekker bezig met schrijven en optreden in België. Ik heb Jee al lang niet meer gezien. De laatste keer was bij mijn inauguratie als Stadsdichter van Tilburg, en dat is al weer bijna twee jaar geleden. Mijn performance zou van ongemakkelijk naar ongemakkelijker moeten gaan: het tweede gedicht draag ik op met mijn gezicht naar een blinde muur. En bij de laatste regels van het laatste gedicht loop ik vanaf het podium de trap op naar de tweede verdieping, zodat het publiek uiteindelijk enkel nog mijn voetstappen op de houten vloer aldaar hoort, en ook niet precies weet wanneer het moet klappen.

Martin in de jeugdherberg te Sint-Truiden (Foto: Jozua Pentury)

Het is de laatste avond dat we samen optreden, de laatste nacht dat we in elkaars gezelschap slapen. En dus bouwen we bij terugkomst in de jeugdherberg met zijn allen een feestje. Er is muziek, er wordt door onze rappers duchtig gefreestyled, er is drank. En er is later op de avond -liever gezegd: aan het begin van de nacht- ook een beheerder van de jeugdherberg die onze verbouwing van hedenmiddag toch niet op prijs kan stellen. Ik sta buiten te roken als de goede man met de auto het terrein op komt rijden, hij stapt uit en loopt een buitentrap op. Vervolgens hoor ik de beheerder helemaal uit zijn dak gaan van woede. En jawel: enige tijd later staat de beste man briesend de eerste tassen die hij te pakken heeft kunnen krijgen naar beneden te gooien. Dat was het feestje. Uiteindelijk heb ik mazzel: ik deel mijn kamer vannacht met één persoon, dus we hebben in totaal vijf bedden voor twee man. Dat ligt in ieder geval ruim, en een bijkomend voordeel is dat deze kamergenoot niet snurkt.

Poëziebus dagboek deel 8

11 augustus: Herentals

We zijn nog twee dagen verwijderd van het einde van deze Poëziebus Tour 2017. En wat belangrijker is: we zijn nog steeds met 22 dichters en de sfeer in de bus is erg goed. Zeker nadat we gisteren de eerste tegenslag in de vorm van een klein meningsverschil met de vertegenwoordiger van de Schepen van Sint Niklaas hebben overwonnen. De organisatie probeert ons inmiddels, door ons allerlei opdrachten op het podium mee te geven, zo ver mogelijk uit onze comfort zone te halen.

Vandaag treden we ’s middags op in Woonzorgcentrum Vogelzang. Daar zijn we volgens mij fashionably late, omdat Bas, de beste busbestuurder die een dichter zich kan wensen, toch ergens een verkeerde afslag heeft genomen, waardoor we plotseling op een afgelegen landweggetje midden in een natuurgebied staan. Bas moet de bus dus deels achteruit over hetzelfde weggetje terugrijden. En dat is even lastig.

We beginnen natuurlijk met een lunch op het terrein van het woonzorgcentrum. Daarna geeft onze collega-dichter Stanislaus Jaworski een korte Tai-Chi les. We krijgen een rondleiding door het woonzorgcentrum, want we spelen vanmiddag allemaal op verschillende plekken. Eén afdeling bezoeken we niet met zijn allen; dat is de gesloten afdeling op de derde verdieping. Daar zal maar een heel klein groepje dichters, onder leiding van Stanislaus en de hoofd-verpleegster van het woonzorgcentrum, heengaan om voor een publiek van dementerende ouderen te performen.

Joz Knoop, Gerard Scharn bieden zichzelf aan om naar de gesloten afdeling te gaan. En Stanislaus vraagt mij of ik zin heb ook mee te gaan. Ik heb nog nooit eerder voor een groep dementerenden opgetreden. En ik vind verpleeghuizen, of woonzorgcentra zoals men ze tegenwoordig noemt, deprimerende instellingen, want het zijn eigenlijk manieren de dood uit ons leven weg te bannen, terwijl in mijn beleving de dood juist bij het leven hoort. Ik zal dus net zo goed uit mijn comfort zone moeten, weet ik terwijl ik ‘da’s goed’ zeg.

Ik ben heel blij dat Stanislaus ervaring heeft met de doelgroep van vanmiddag. Hij werkt nog altijd een paar keer per week met dementerende ouderen. Hij heeft een boek vol oude (volks)liedjes bij zich, zowel Nederlandse als Belgische, en hij hoeft maar te gaan zingen of het publiek begint zich flarden van teksten te herinneren en zingt die mee. Een man in het publiek heeft een mondharmonica bij zich en speelt de melodie zo goed en zo kwaad als dat gaat mee. Tot zo ver niks aan de hand. Wel klinkt er tijdens onze voordrachten, soms minutenlang, af en toe een bijna dierlijk geschreeuw uit een van de kamers. We weten niet wat, hoe, wie of waar. Ik moet erg opletten welk werk ik hier wel of niet breng. En ik voel me inderdaad voor het eerst sinds heel lang weer eens ouderwets ongemakkelijk tijdens een performance.

Jozua Pentury en Arno Moens @Woonzorgcentrum Vogelzang

Van het Woonzorgcentrum lopen we naar het centrum van Herentals. Het is mooi weer, en de wandeling geeft mij de mogelijkheid de ervaringen van zojuist een plaats te geven. Het filmpje neem ik vandaag op met Jozua Pentury a.k.a. Jooz. Ik voel eigenlijk al vanaf het moment dat ik hem voor het eerst de hand schudde een klik met die man. En zeker na ons gezamenlijke optreden in Breda, ben ik gewoon fan.

Het optreden ’s avonds is weer een uitdaging, want we staan buiten, en tijdens de soundcheck klapt de stroom eruit. Zekering gesprongen. Na wat zoekwerk wordt het kastje gevonden waar de gesprongen zekering zich moet bevinden, maar dat kastje zit uiteraard op slot en de sleutel is onvindbaar. Er wordt gewerkt aan een oplossing, maar in ieder geval het eerste optreden van Stadsdichter van Turnhout Iris Wymants, moet niet alleen akoestisch, maar wordt later ook nog eens verpoept, of gewoon verneukt, doordat een paar wijsneusjes uit onze bus zich ertot twee keer toe mee gingen bemoeien. Ik voel dat mijn verkoudheid langzamerhand over begint te gaan. Dat besluit ik die avond nog te testen. Ik treed zonder microfoon op -ja, stemmetje werkt weer- en breng voor het eerst het gedicht ‘Asfaltpiraten’, dat ik over deze Poëziebusreis schreef.

Poëziebus dagboek deel 7

10 Augustus: Sint Niklaas

We zijn nu heel duidelijk over de helft van de Poëziebus Tour 2017, en de vermoeidheid begint bij iedereen toe te slaan. Naast de vermoeidheid, merk ik dat ik inmiddels ook snip- en snipverkouden ben. En ik ben niet de enige. De meeste stemmen van busdichters zijn de afgelopen paar dagen zeker een halve toon gezakt. Aan mij moet je nu ook even niet vragen een hoge C te zingen. Gaat vandaag niet lukken.

We rijden van Brussel naar Sint Niklaas. In de bus weet Gert me te vertellen dat er in het centrum van de stad een standbeeld staat van de heilige sinterklaas, en dat dat misschien wel een goede plaats is om vandaag een filmpje op te nemen.

‘Dat kunnen we doen,’ zeg ik, ‘maar dan komt er wat mij betreft wel een statement in het filmpje’.

‘Ah, en welk statement dan?’

‘Zwarte piet is racisme.’

‘Amaai, maar krijgt u daar dan geen problemen mee in Tilburg?’

‘Tsja,’ grinnik ik, ‘wat gaan ze eraan doen? Me ontslaan?’

 

In Sint Niklaas zijn we welkom in het Theater voor Uitvoerende Kunsten, zoals het zo officieel zo mooi heet. Maar in de volksmond is het gewoon de Stadsschouwburg. We lunchen wegens grote groep buiten op het plein voor het station. Voor het standbeeld waar we straks het filmpje op gaan nemen staan nu nog marktkramen. Na de lunch volg ik een workshop intertekstualiteit door Daan Janssens. Interessante kost, vooral op het moment dat er een gesprek tussen de deelnemers op gang komt over hoe zij in hun eigen werk omgaan met dat begrip. Want iedere goeie tekst, verwijst op zijn beurt weer naar andere goede teksten.

Ook de busdichters beginnen naar het lijkt steeds meer naar elkaar te verwijzen. In de bus ontstaan soms spontane freestyles, en er hoeft maar één heel zachtjes ‘Leiden Centraal’ te zeggen, of de halve bus scandeert de worden als een leus. Soms ook tijdens optredens en dat valt dan weer niet bij al het publiek in goede aarde. Het valt me daarnaast op dat het publiek in België niet overal aan onze vorm van poëzieperformance gewend is. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen: als je gewend bent dat op poëzie-avonden dichters voor komen lezen uit hun werk, dan zijn wij wel totaal iets anders. Blijft het aan ons het publiek te overtuigen van onze kwaliteit. En daar gaan we ook vanavond weer voor de volle 2200 procent voor.

Later die middag gooit Marjan de Ridder mij mijn eigen filmpje uit. Ik had gehoopt dat ze daarbij ook nog een gedicht voor zou dragen, maar dat gebeurt dan weer niet. Bij mij afkondiging houd ik mijn notitieblok nadrukkelijk in de camera. Het filmpje is er…

Met kunst- en vliegwerk en vooral een stem die behoorlijk naar de klote is, wurm ik me door het optreden vanavond. Het is na het optreden een busreis van een kleine 40 minuten naar ons hotel. En op onze hotelkamer blijkt dat er twee tweepersoonsbedden klaarstaan voor drie heren. Dat wordt ‘m ook niet. Met vereende krachten weten we een matras op de grond te leggen. Dat wordt vannacht mijn slaapplaats. En als er iemand het waagt me met zijn gesnurk wakker te houden, dan heb ik daar vannacht een oplossing voor: bij mijn verkoudheid kreeg ik een blaffend hoestje cadeau.

Poëziebus dagboek deel 6

9 augustus: Brussel

We rijden ’s morgens van Breda naar Brussel, in de veilige wetenschap dat, als de douane het op zijn heupen krijgt, en ons op of net achter de grens controleert, een aantal dichters dan wel een probleem heeft. Maar ja reden blijkt nog altijd geen aanleiding, en dus komen we aan het begin van de middag aan in de Pianofabriek te Brussel. De eerste dag in België. Gelukkig heeft men ook daar supermarkten.

Naar aanleiding van een tekst die ik tijdens de performance in Leiden bracht, leende Cissy Joan mij het boek “Hallo witte mensen” van Anousha Nzume. Een boek over het racisme dat verstopt zit in de dagelijkse machtsverhoudingen. Hoewel ik me van een aantal van de onderwerpen die ze in het boek aansnijdt al wel bewust ben, vind ik het toch altijd weer confronterend erover te lezen. Want inderdaad: mijn leven had er beslist anders uitgezien als ik geen blanke, heterosexuele, hoger opgeleide man van midden veertig was geweest. Nadat ik het boek uitgelezen heb, staat Shanna de Ruiter al in de wachtrij om het boek ook te lezen. Dezelfde tekst die ik in Leiden bracht, deed ik gisteren ook tijdens de performance met Jozua en Jeroen, en Jozua had daar ook nog wel wat over te zeggen. Het is een onderwerp dat dit jaar leeft in de bus.

Groepsfoto: 'The Making Of'.

Groepsfoto: 'the making of' ; ) Al deze mooie, getalenteerde mensen zijn vandaag te zien in Brussel: Poëziebus Tour 2017: Brussel !

Geplaatst door Poëziebus op woensdag 9 augustus 2017

De middag begint met een lunch, dan de inmiddels verplichte groepsfoto, waar we steeds minder zin in hebben. Daarna zijn er ook weer workshops in de Pianofabriek. Ik besluit de workshops over te slaan, en alvast een begin te maken met het bewerken van de geluidsopname die ik gisteren heb gemaakt. De opname klinkt goed, tot mijn genoegen. Maar verder dan het begin en het einde van de opname te knippen kom ik vandaag niet: er is maar één stroompunt, en dat is in gebruik. Bovendien moet je eigenlijk geen geluid willen bewerken als je enkel de speakers van een laptop tot je beschikking hebt, want die zijn simpelweg niet goed genoeg.

Aangezien vandaag de eerste dag in België van deze Poëziebus Tour 2017 is, vraag ik de belgische rapper/dichter Siebrand om mij vandaag mijn filmpje uit te bonjouren. Ik ben vanaf dag één fan van zijn dialect. Het West-Vlaams klinkt in mijn oren een beetje als het dialect dat in Nederland in Zeeuws-Vlaanderen wordt gesproken. En ik vind het nog altijd jammer dat ik zelf geen enkel dialect spreek. Maar dat terzijde.

Voor de avondperformance in Bar Eliza hebben we een opdracht meegekregen: iedere dichter is gekoppeld aan een andere dichter, en het is vanavond de bedoeling dat we niet ons eigen, maar elkaars werk gaan voordragen. Ik ben gekoppeld aan de Belgische dichter Arno Moens. Ik heb van hem een klein boekje met handgeschreven gedichten gekregen, en ik zie direct dat ik die eerst even in mijn eigen handschrift uit moet schrijven, om er zeker van te zijn dat ik straks ook precies lees wat er staat. Goeie poëzie, dassekerda, en ik heb de luxe dat ik de gedichten uit kan kiezen die mij het beste liggen.

We rijden ’s avonds naar het Elisabethpark in Brussel. Om meer precies te zijn: we rijden naar Bar Eliza, waar we op het buitenpodium zullen voordragen. Tot mijn verbazing is in het park een stabiele wifi-verbinding waardoor ik het filmpje al heb ge-upload nog voor de performances beginnen. Het is vreemd om dichters voor te horen dragen uit andermans werk. Uiteindelijk sluiten Marjan de Ridder en Kay Slice de avond af met een geweldige performance: zonder microfoon, niet op het podium maar op een gammel tafeltje midden in het publiek. Klasse.

Na afloop van het optreden verteld onze presentator Gert dat hij net gesproken heeft met een Franstalige dame, die ons niet helemaal kon verstaan, en zich ergerde aan het feit dat de Nederlandstalige bezoekers in haar ogen geen moeite deden om ons te verstaan. Samen met Gert loop ik nog even het park in om die mevrouw zelf te bedanken. Voor het eerst in twintig jaar spreek ik weer eens Frans. Ik kan het nog, en dat verbaast me zelf ook.

Poëziebus dagboek deel 5

8 augustus: Breda

Lekker dan: als ik ’s morgens in Zwolle de nu.nl-app op mijn telefoon open, lees ik dat het KNMI voor vandaag een weeralarm heeft afgegeven voor heel Nederland, de zuidelijke provincies het eerst. Open ik daarna de Buienradar, dan zie ik dat we een schip met heel zure appelen tegemoet gaan rijden als we zometeen naar Breda gaan. Het begint zachtjes te regenen als we ongeveer bij Arnhem zijn. Het is te hopen dat de organisatie in Breda voldoende droge plekken heeft om tweeëntwintig dichters een middag te herbergen, anders hebben we een probleem.

Vandaag is voor mijn gevoel de thuiswedstrijd. Tijdens de busreis speel ik nog met de gedachte vanmiddag heel even de oversteek van Breda naar Tilburg te wagen, misschien wel vannacht thuis te slapen, en me dan morgen weer bij de groep te vervoegen. Ik mis de katten, maar ik mis vooral mijn eigen omgeving. Een tour als deze is een ontzettend intense ervaring, continu onderweg, altijd bezig met workshops en/of performances. Even rust zou lekker zijn.

Maar het zit nog of dat ook gaat lukken. Ik zie allemaal bekende gezichten als ik op het Stek-terrein in Breda uit de bus stap: Marijke, Adriaan, Nick, Martin Peulen, Meandertaler DJ Maikel. Met iedereen even bijkletsen. Dan gezamenlijk lunchen. ’s Middags bereiden we onze optredens voor. Ik treed vanavond in het Houtje-Touwtje-Stro-Gebouwtje op met Spoken Word artiest Jozua Pentury en muzikant Jeroen Geurts. Ik loop al vijf dagen te zeulen met een zware tas waar mijn mobiele opnamestudio -lees: een aftandse laptop met een goeie USB-microfoon en de goede software om een deugdelijke geluidsopname te maken- in zit, en omdat ik zowel de ruimte waarin ik werk als de muzikant met wie ik werk ken, wil ik die wel eens gebruiken.

Met Jozua Pentury

Jozua en ik hebben ’s middags ongeveer anderhalf uur tijd te doden, want Jeroen is later, dus dat geeft ons ruim voldoende tijd om nog even een supermarkt te bezoeken. Tussen drie en vijf uur zetten Jozua, Jeroen en ik gezamenlijk een ruime vijftien minuten performance voor vanavond in elkaar. Het is goed dat we binnen zitten, want buiten regent het de hele middag goed door. En het Stek-terrein is een heel fijne locatie, maar met dit weer verandert het rap in één groot zwembad. Iets voor vijf uur staat mijn groupie ineens voor mijn neus. Ik wist dat ze er vandaag bij wilde zijn. En ik vind het fijn dat ik tenminste een paar van mijn Poëziebusavonturen met haar kan delen.

Aan het eind van de repetitie komt Nick J. Swarth met een groepje mensen binnen. We beantwoorden een paar vragen, en geven een heel kort optreden om te laten horen wat mensen vanavond ongeveer kunnen verwachten. Als laatste positioneren we de microfoon en de laptop, zodat ik vanavond maar op één knopje hoef te drukken om de opname te starten. Voor het filmpje vraag ik Nick een gedicht voor te dragen. Als ik dan toch elke keer mijn eigen filmpje uitgegooid wordt, dan is het leuk dat een van mijn voorgangers als Stadsdichter van Tilburg dat ook een keer doet.

Van mijn plan nog even op en neer te pendelen naar Tilburg komt helemaal niets terecht. De performance vanavond wordt zoals Jeroen het zo mooi omschreef ‘een emotioneel journaal’. Jozua en ik brengen poëzie rond het thema white privilege (maar aan het eind doen we ook ieder een liefdesgedicht), Jeroen draagt zijn liedje aan Derrel op, en we sluiten in stijl af met het weerbericht door Jozua. Mijn groupie heeft het optreden professioneel gemist wegens treinellende. Samen met haar zie ik nog een paar van de andere dichters en dichteressen hun ding doen. Dan gaat zij weer richting het station. Ik zou wel meewillen, maar ik doe het uiteindelijk ook nu niet. En als je niet weggaat, dan ga je gewoon met de Poëziebus mee. Mee naar het volgende hotel. Naar de volgende stad. Die stad ligt morgen in België.

Poëziebus dagboek deel 4

7 augustus: Zwolle

We hebben een voorspoedige reis van Leeuwarden naar Zwolle. En een bijkomend voordeel is, dat we prachtig weer hebben. In Zwolle strijken we neer op een terrein dat ‘Rawspace’ heet, en toebehoort aan de Zwolse beeldend kunstenaar Ronald A. Westerhuis, die ook het herdenkingsmonument voor de slachtoffers van de aanslag op de MH17 maakte. Het is een groot terrein, met meerdere gebouwen en loodsen bij elkaar, en ergens achteraf ook een heel mooie beeldentuin. Mooie locatie voor bijvoorbeeld een filmpje.

Zoals elke keer als we in een plaats aankomen, gaan we eerst lunchen. De groep begin elkaar nu echt te leren kennen, en dat gaat gepaard met de nodige flauwe grappen. Waarom neemt Adolf Hitler nooit een taxi? Omdat ie eerder een über mens is. Waarom kreunt een Hollander als hij klaarkomt? Dat moet immers uit zijn eigen zak komen… Na de lunch is er een beetje vrije tijd, en er is gelukkig een fiets aanwezig op het terrein, zodat iedereen die boodschappen wil doen nog even naar de supermarkt kan.

Vanavond gaan we in twee groepen optreden met jazzmusici. En daar heb ik wel oren naar. Dus komende middag gaan we met dichters en muzikanten repeteren, en ik mag bij één van die repetites repetitieleider zijn. Ik heb aan twee kanten geluk: alle dichters in mijn groep hebben ervaring met muziek, waardoor ik geen beginnerscursus spelen-met-een-bandje hoef te geven. Het tweede geluk is dat we met zulke goeie muzikanten spelen, dat zelfs al zou een dichter iets niet helemaal goed doen, die muzikanten het op kunnen vangen. Ik geef de dichters dan ook een korte uitleg over hoe het improviseren met een band werkt. En daarna moeten we het maar gewoon gaan doen, want dat is de beste manier om het te leren. Ik ben voor vanavond gekoppeld aan de Belgische dichteres Petra van den Berghen, en dat betekent dat ik samen met haar en het bandje optreed. Al tijdens de repetities rockt het bandje als een gek. Dat komt heus goed vanavond.

Foto: Martin Beversluis

Aan het eind van de middag kan ik dan eindelijk Wibo Kosters persoonlijk feliciteren met zijn benoeming tot Stadsdichter van Deventer. Ik wist al even dat hij dat zou worden, zoals Wibo ook al weken van tevoren wist dat ik in 2015 Stadsdichter van Tilburg zou worden. We hadden gehoopt twee jaar samen als Stadsdichter te kunnen dienen, hij van Deventer en ik van Tilburg. Het zijn uiteindelijk tweeënhalve week geworden. Maar samen gediend hebben we gelukkig. Met hem maak ik vandaag het filmpje van de dag voor Tilburgers.nl

We hebben ’s avonds twee podia, één binnen waar Jeroen Naaktgeboren ’s middags de repetities heeft geleid, en het podium waar ‘mijn’ band speelt is vanwege het goede weer naar buiten verplaatst. En dat is een fijn plan. Om stipt acht uur begint de avond op het binnenpodium, dat eigenlijk een expositiehal is, en een verschikkelijke galmbak. Daar ligt dus meteen de valkuil: als er veel galm in een ruimte is, hebben mensen de neiging muziek en microfoon dan maar harder te zetten (om te compenseren). En dat moet je dus juist niet doen, geloof mij; ik ben door schade en schande wijs geworden op dat gebied. Kortom: ik ben blij dat dat probleem met bespaard is gebleven. Van de eerste set binnen krijg ik niet alles mee, omdat ik zelf samen met Petra twintig minuten later op het buitenpodium mag openen.

Een dag vol inspiratie: ook ’s avonds zijn alle muzikanten goed op dreef. Zo goed zelfs dat tijdens en na de laatste set op het binnenpodium muzikanten uit die band zich bij de band buiten aansluiten, waar dan na alle optredens nog tot laat gefreestyled wordt bij het kampvuur door rappers als Joos, Kay Slice, Siebrand, Jeroen Naaktgeboren en Tijdelijke Toon.

Poëziebus dagboek 3

6 augustus: Leeuwarden

Vandaag rijden we van Leiden bijna 200 kilometer naar Leeuwarden. En er moet een nieuwe groepsfoto gemaakt worden. Zo’n foto hadden we aan het begin van de reis in Rotterdam ook al gemaakt, maar die is mislukt. Inmiddels zitten we allemaal in onze ‘Poëziebusbubble’ waardoor we het gevoel van tijd en plaats steeds meer kwijt zijn. Iemand vertelt me dat het vandaag maandag is, en dat geloof ik direct. We rijden naar Leeuwarden, maar dat had net zo goed Leiden of Rotterdam kunnen zijn. Totnutoe ben ik elke dag zo vroeg mogelijk gaan slapen. Aan het eind van een dag reizen, workshops volgen en optreden ben ik zo moe, dat ik tegen twaalven juichend mijn bed induik. Een aantal van de collegae gaat na de optredens ’s avonds het uitgaansleven van de stad waar we die dag zijn nog verkennen, maar daar kom ik niet toe.

Foto: Theo Huijgens

Op de afsluitdijk stoppen we even om een nieuwe groepsfoto te maken, en om mensen de mogelijkheid te geven een WC te bezoeken. Daarna rijden we in een keer door naar Leeuwarden. In Leeuwarden verblijven we in de Blokhuispoort, een voormalige gevangenis, waar naar verluid Herman Brood nog ooit vastgezeten heeft. De Blokhuispoort wordt tegenwoordig niet meer als gevangenis gebruikt. Men is het pand aan het opknappen, en in de tussentijd zitten er verschillende kunstenaars en kunstenaarsinitiatieven. We slapen vanavond in het deel van de Blokhuispoort dat is omgebouwd tot het Alibi Hostel. En dat betekent inderdaad dat we in een omgebouwde cel slapen.

Interieur Alibi Hostel

Al tijdens de lunch begrijp ik dat er vanavond uitsluitend niet-alcoholische dranken verkocht gaan worden, omdat de lokale organisatie geen vergunning heeft om alcohol te schenken, en het inpandige restaurant al vroeg ’s avonds sluit. Dat betekent dat ik, samen met Tijdelijke Toon, op zoek ga naar een mooie supermarkt, zodat ik toch een paar biertjes kan drinken vanavond. Zodra we terug zijn bij de Blokhuispoort ben ik aan de beurt om een workshop te geven.

In de voorbereiding op deze busreis, want ik wist van tevoren dat ik ergens op het traject ook een workshop zou geven, had ik mijn workshop ‘In vogelvlucht door de Nederlandse Poëzie van 1917 tot 2017’ op mijn laptop gezet. Als ik echter naar mijn medepassagiers kijk, besluit ik dat die workshop niet echt een goede optie is. Ik besluit daarom in te focussen op de geschiedenis van de Hiphop. Naar aanleiding van die workshop, ruil ik later 15 gigabyte aan poëzie-op-muziek tegen 15 gigabyte Vlaamse en Franse hiphop. Omdat ik het idee heb, dat het plat Leids uit het filmpje van gisteren voor een deel van de Tilburgers moeilijk te verstaan is geweest, ben ik vandaag voor mijn filmpje op zoek naar een dichter of rapper die het Friese dialect spreekt. Die vind ik in Flow 5, alias Dirk Geerdink, en bijgevolg gooit hij me vandaag uit mijn eigen filmpje…

’s Avonds leggen we op de binnenplaats van de Blokhuispoort een touw in een cirkel op de grond. Dat is nu ons podium. Om beurten stapt een van ons de cirkel in om voor te dragen. We maken er een waar poëziefeest van dat tot laat in de avond duurt. Als we na de optredens onze kamers opzoeken, blijkt dat het Alibi-Hostel zowaar een kleine bar heeft. Het is kortom mogelijk een biertje te drinken in de gevangenis. En dat heb ik altijd al eens willen doen. Dus nemen mijn kamergenoot en ik voor we gaan slapen nog een afzakkertje: hij koffie, ik bier. Morgen gaan we naar Zwolle. En daar zal mijn goede vriend Wibo Kosters, die gisteren ingehuldigd is als nieuwe Stadsdichter van Deventer, ook langskomen. Ik verheug me er nu al op.

Poëziebus dagboek 2

5 augustus: Leiden

Ik word vroeg wakker. Vandaag staat Leiden op het programma. Maar eerst het belangrijkste: even roken, en minimaal twee koppen koffie voordat ik er überhaupt maar aan denk zoiets als een boterham tot me te nemen. De stress bij ons busopperhoofd Irene over het feit dat blijkbaar niet alle buspassagiers deze nacht in het hotel hebben doorgebracht, blijkt geheel onterecht. Op de afgesproken tijd zit iedereen die in de bus hoort ook netjes in de bus en kunnen we vertrekken.

Vanuit Rotterdam is het niet zo heel erg lang rijden naar Leiden. Een klein uurtje later parkeert de bus al op het plein voor Station Leiden Centraal. En dat is ook het eerste moment dat een aantal passagiers de inmiddels onsterfelijke mantra ‘Leiden Centraal, Leiden Centraal, Leiden Leiden Leiden Centraal’ scanderen. Die woorden zal ik deze reis nog vaak horen. De evenementen in Leiden worden onder andere georganiseerd door Martin M. Aart de Jong en Jaap Montagne. Ik word bij laatstgenoemde ingedeeld, en samen met een bonte verzameling Nederlandse en Belgische dichters performen we aan het begin van de middag recht voor de ingang van het station, naast een kraampje waar een promotieteam gratis blikjes Fanta uitdeelt. Veel mooie nieuwe poëzie gehoord. En leuk dat na al die jaren ook Rik van Boekel’s ‘Beweeg als een Strateeg’ nog altijd aanslaat. Later die middag krijgen we van Maartje Smits een workshop over rituelen, en van een andere vrouw een inleiding in de Chinese poëzie.

Maar nog daarvoor doe ik, samen met Martin M. Aart de Jong, per ongeluk het idee op voor het tweede filmpje, en eigenlijk ook voor alle filmpjes daarna. We zijn met de hele groep zojuist aangekomen in een mooi park, dat grenst aan een complex voor volkstuinen. Het is lekker weer, en we hebben een beetje tijd over. Voor ik het goed en wel besef, is er een spontane performance van alle dichters ontstaan. Martin A. en ik spreken af dat hij me in mijn laatste gedicht bruut in de rede valt met een gedicht in een moddervet plat Leids accent. Dat werkt zo goed dat we het, met hulp van onze presentator Gert Vanlerberghe, iets verderop meteen filmen.

Vooral de workshop over rituelen heeft mijn aandacht. Misschien wel omdat ik zelf het gevoel heb dat ik op het punt sta een nieuwe fase in mijn leven in te gaan. Misschien is dat de reden dat ik de behoefte voel die periode met een ritueel uit of in te luiden. Met een mooi ritueel mijn Stadsdichterschap eindigen. Maar ik kom er niet op welk ritueel dat dan zou moeten zijn. Ik blijf erover piekeren, doelloos en dus zonder resultaat.

Het diner doen we vandaag bij Martin M. Aart de Jong thuis. Dat kan, omdat hij in een woongroep woont, die toevallig in het bezit is van een heel grote binnentuin. Er lopen twee katten rond in die tuin. Een zwart-witte en een rode. Met die laatste ben ik meteen vriendjes. Het is jammer dat ik nog negen dagen onderweg ben, anders had ik de kat direct in mijn binnenzak gefrommeld en meegenomen.

Foto: Martin Beversluis

’s Avonds treden we op in het centrum van Leiden. We staan op de Pauwbrug, en die is gelukkig overdekt, want tijdens ons optreden daar regent het voor het eerst serieus. En of dat niet genoeg is: één van de cafe’s wordt bevolkt door supporters van het vrouwenvoetbalelftal dat morgen de finale van het EK speelt. Er is dus voldoende levendigheid om ons heen, en ook voldoende herrie.

Foto: Martin Beversluis

We slapen vannacht wederom in een hotel van de firma Ibis. Het Leiden Centraal, of ook wel Lijden Centraal, klinkt nog lang na. Morgen hebben we een lange rit voor de boeg: van Leiden naar Ljiouwert, oftewel Leeuwarden. Daar mag ik mijn workshop geven. En optreden. En nog meer nadenken over afscheidsrituelen.

Poëziebus dagboek 1

4 augustus 2017 Rotterdam

’s Morgens vertrek ik -zoals gebruikelijk, zou ik erbij willen zeggen- al veel te vroeg richting Rotterdam om mee te gaan met de Poëziebus Tour 2017. En in dit geval is dat maar goed ook, want met mijn eveneens gebruikelijke nonchalance stap ik in Tilburg op bus 2 in plaats van bus 1. Dat betekent dat de bus mij niet rechtstreeks naar het station brengt, maar dat ik eerst nog even mee mag rijden door Goirle, om dan vervolgens via het Elisabeth/TweeSteden Ziekenhuis alsnog op het station aan te komen. En daar moet ik me zelfs nog haasten om mijn trein te halen. Gelukkig heb ik geen last van vertraging vanwege de werkzaamheden aan de Moerdijkburg, dus ben ik toch nog op tijd in Rotterdam. Vanaf het Station loopt ik bepakt en bezakt naar de Rotterdamse Schouwburg, want daar begint de Poëziebus Tour 2017.

Ik meld me bij ons Busopperhoofd Irene Siekman, en die loodst me de artiestenfoyer binnen, zodat ik kan inchecken, de medepassagiers begroeten en een beetje kan lunchen. Daarna gaan we van start. Dit jaar worden we uitgezwaaid door Diana Ozon en voormalig Poëziebuspassagier Jana Beranova. Zij was een van de vorige Stadsdichters van Rotterdam. Jeroen Naaktgeboren, de eerste Stadsdichter van Rotterdam, zit dit jaar op de bus. Daan Janssens, Stadsadichter van Hoogstraten (België) is dit jaar ook passagier, en de Stadsdichter van Tilburg schijnt ook op de bus te zitten.

Diana Ozon (foto: Look J. Boden)

Na de officiële opening is het tijd voor verschillende workshops. Maar ik ga eerst even zorgen dat er een filmpje komt voor Tilburgers.nl. En ook daarna komt het er niet meer van deel te nemen aan een workshop, want ergens net na het maken van het filmpje, stapt E. de Schouwburg binnen, met haar dochtertje. Van de 45 jaar die ik op dit moment op mijn teller heb staan, ken ik E. al 40 jaar. We zien elkaar eens in de zoveel tijd en op zeer onregelmatige basis, dus het is extraleuk dat ze er vandaag wel bij is. Bovendien heb ik haar dochtertje nog nooit ontmoet. Filmpjes uploaden via wifi is hell to pay. Zelfs na het avondeten is het filmpje –dat alles bij elkaar nog geen minuut duurt- nog altijd onderweg.

Martin Beversluis (foto: Look J. Boden)

’s Avonds performen we in wisselende samenstellingen in en op het plein voor de Rotterdamse schouwburg. Ik ken het plein nog uit mijn jeugd, al is er van dat plein weinig meer over. Alle dichters zijn ingedeeld in koppels. Poëziebuspresentator Gert Vanlerberghe koppelt elke van die koppels aan mensen uit het publiek, en geeft de locatie waar we optreden. Dan is het de bedoeling dat we ons publiek zo lang mogelijk (met een maximum van 15 minuten) aan onze lippen kluisteren en geboeid toeluisteren. Na die 15 minuten (of eerder, als het publiek geen zin meer heeft om te luisteren), ga je dan weer terug naar binnen om gekoppeld te worden aan de volgende groep uit het publiek. De eerste ronde treed ik samen met een heel jonge Rotterdamse rapper (wiens naam me niet is bijgebleven) op. Die jongen ben ik direkt na het eerste optreden kwijt, waardoor ik de rest van de avond samen met slamtalent Tijdelijke Toon heb opgetreden.

Tijdelijke Toon (foto: Look J. Boden)

Aan het eind van de avond voor het eerst de bus in. In tegenstelling tot de vorige jaren is onze bus groen. De bus brengt ons naar het hotel. Morgen staat Leiden centraal.