Categorie archief: Poeziebus Tour 2017

Poeziebus Tour 2017: ‘Een emotioneel journaal’

Hier hoor je het optreden, dat ik in het kader van de Poëziebus Tour 2017 samen met Jozua Pentury en Jeroen Geurts gaf, in het Houtje-Touwtje-Stro-Gebouwtje op het Stek-terrein in Breda op 08 augustus

Met: Jeroen Geurts, Jozua Pentury

Teksten en voordracht: Jeroen Geurts, Jozua Pentury, Martin Beversluis

Muziek: Jeroen Geurts

Opname en nabewerking: Martin Beversluis.

Poëziebus 2017

Poëziebus dagboek deel 5

8 augustus: Breda

Lekker dan: als ik ’s morgens in Zwolle de nu.nl-app op mijn telefoon open, lees ik dat het KNMI voor vandaag een weeralarm heeft afgegeven voor heel Nederland, de zuidelijke provincies het eerst. Open ik daarna de Buienradar, dan zie ik dat we een schip met heel zure appelen tegemoet gaan rijden als we zometeen naar Breda gaan. Het begint zachtjes te regenen als we ongeveer bij Arnhem zijn. Het is te hopen dat de organisatie in Breda voldoende droge plekken heeft om tweeëntwintig dichters een middag te herbergen, anders hebben we een probleem.

Vandaag is voor mijn gevoel de thuiswedstrijd. Tijdens de busreis speel ik nog met de gedachte vanmiddag heel even de oversteek van Breda naar Tilburg te wagen, misschien wel vannacht thuis te slapen, en me dan morgen weer bij de groep te vervoegen. Ik mis de katten, maar ik mis vooral mijn eigen omgeving. Een tour als deze is een ontzettend intense ervaring, continu onderweg, altijd bezig met workshops en/of performances. Even rust zou lekker zijn.

Maar het zit nog of dat ook gaat lukken. Ik zie allemaal bekende gezichten als ik op het Stek-terrein in Breda uit de bus stap: Marijke, Adriaan, Nick, Martin Peulen, Meandertaler DJ Maikel. Met iedereen even bijkletsen. Dan gezamenlijk lunchen. ’s Middags bereiden we onze optredens voor. Ik treed vanavond in het Houtje-Touwtje-Stro-Gebouwtje op met Spoken Word artiest Jozua Pentury en muzikant Jeroen Geurts. Ik loop al vijf dagen te zeulen met een zware tas waar mijn mobiele opnamestudio -lees: een aftandse laptop met een goeie USB-microfoon en de goede software om een deugdelijke geluidsopname te maken- in zit, en omdat ik zowel de ruimte waarin ik werk als de muzikant met wie ik werk ken, wil ik die wel eens gebruiken.

Met Jozua Pentury

Jozua en ik hebben ’s middags ongeveer anderhalf uur tijd te doden, want Jeroen is later, dus dat geeft ons ruim voldoende tijd om nog even een supermarkt te bezoeken. Tussen drie en vijf uur zetten Jozua, Jeroen en ik gezamenlijk een ruime vijftien minuten performance voor vanavond in elkaar. Het is goed dat we binnen zitten, want buiten regent het de hele middag goed door. En het Stek-terrein is een heel fijne locatie, maar met dit weer verandert het rap in één groot zwembad. Iets voor vijf uur staat mijn groupie ineens voor mijn neus. Ik wist dat ze er vandaag bij wilde zijn. En ik vind het fijn dat ik tenminste een paar van mijn Poëziebusavonturen met haar kan delen.

Aan het eind van de repetitie komt Nick J. Swarth met een groepje mensen binnen. We beantwoorden een paar vragen, en geven een heel kort optreden om te laten horen wat mensen vanavond ongeveer kunnen verwachten. Als laatste positioneren we de microfoon en de laptop, zodat ik vanavond maar op één knopje hoef te drukken om de opname te starten. Voor het filmpje vraag ik Nick een gedicht voor te dragen. Als ik dan toch elke keer mijn eigen filmpje uitgegooid wordt, dan is het leuk dat een van mijn voorgangers als Stadsdichter van Tilburg dat ook een keer doet.

Van mijn plan nog even op en neer te pendelen naar Tilburg komt helemaal niets terecht. De performance vanavond wordt zoals Jeroen het zo mooi omschreef ‘een emotioneel journaal’. Jozua en ik brengen poëzie rond het thema white privilege (maar aan het eind doen we ook ieder een liefdesgedicht), Jeroen draagt zijn liedje aan Derrel op, en we sluiten in stijl af met het weerbericht door Jozua. Mijn groupie heeft het optreden professioneel gemist wegens treinellende. Samen met haar zie ik nog een paar van de andere dichters en dichteressen hun ding doen. Dan gaat zij weer richting het station. Ik zou wel meewillen, maar ik doe het uiteindelijk ook nu niet. En als je niet weggaat, dan ga je gewoon met de Poëziebus mee. Mee naar het volgende hotel. Naar de volgende stad. Die stad ligt morgen in België.

Poëziebus dagboek deel 4

7 augustus: Zwolle

We hebben een voorspoedige reis van Leeuwarden naar Zwolle. En een bijkomend voordeel is, dat we prachtig weer hebben. In Zwolle strijken we neer op een terrein dat ‘Rawspace’ heet, en toebehoort aan de Zwolse beeldend kunstenaar Ronald A. Westerhuis, die ook het herdenkingsmonument voor de slachtoffers van de aanslag op de MH17 maakte. Het is een groot terrein, met meerdere gebouwen en loodsen bij elkaar, en ergens achteraf ook een heel mooie beeldentuin. Mooie locatie voor bijvoorbeeld een filmpje.

Zoals elke keer als we in een plaats aankomen, gaan we eerst lunchen. De groep begin elkaar nu echt te leren kennen, en dat gaat gepaard met de nodige flauwe grappen. Waarom neemt Adolf Hitler nooit een taxi? Omdat ie eerder een über mens is. Waarom kreunt een Hollander als hij klaarkomt? Dat moet immers uit zijn eigen zak komen… Na de lunch is er een beetje vrije tijd, en er is gelukkig een fiets aanwezig op het terrein, zodat iedereen die boodschappen wil doen nog even naar de supermarkt kan.

Vanavond gaan we in twee groepen optreden met jazzmusici. En daar heb ik wel oren naar. Dus komende middag gaan we met dichters en muzikanten repeteren, en ik mag bij één van die repetites repetitieleider zijn. Ik heb aan twee kanten geluk: alle dichters in mijn groep hebben ervaring met muziek, waardoor ik geen beginnerscursus spelen-met-een-bandje hoef te geven. Het tweede geluk is dat we met zulke goeie muzikanten spelen, dat zelfs al zou een dichter iets niet helemaal goed doen, die muzikanten het op kunnen vangen. Ik geef de dichters dan ook een korte uitleg over hoe het improviseren met een band werkt. En daarna moeten we het maar gewoon gaan doen, want dat is de beste manier om het te leren. Ik ben voor vanavond gekoppeld aan de Belgische dichteres Petra van den Berghen, en dat betekent dat ik samen met haar en het bandje optreed. Al tijdens de repetities rockt het bandje als een gek. Dat komt heus goed vanavond.

Foto: Martin Beversluis

Aan het eind van de middag kan ik dan eindelijk Wibo Kosters persoonlijk feliciteren met zijn benoeming tot Stadsdichter van Deventer. Ik wist al even dat hij dat zou worden, zoals Wibo ook al weken van tevoren wist dat ik in 2015 Stadsdichter van Tilburg zou worden. We hadden gehoopt twee jaar samen als Stadsdichter te kunnen dienen, hij van Deventer en ik van Tilburg. Het zijn uiteindelijk tweeënhalve week geworden. Maar samen gediend hebben we gelukkig. Met hem maak ik vandaag het filmpje van de dag voor Tilburgers.nl

We hebben ’s avonds twee podia, één binnen waar Jeroen Naaktgeboren ’s middags de repetities heeft geleid, en het podium waar ‘mijn’ band speelt is vanwege het goede weer naar buiten verplaatst. En dat is een fijn plan. Om stipt acht uur begint de avond op het binnenpodium, dat eigenlijk een expositiehal is, en een verschikkelijke galmbak. Daar ligt dus meteen de valkuil: als er veel galm in een ruimte is, hebben mensen de neiging muziek en microfoon dan maar harder te zetten (om te compenseren). En dat moet je dus juist niet doen, geloof mij; ik ben door schade en schande wijs geworden op dat gebied. Kortom: ik ben blij dat dat probleem met bespaard is gebleven. Van de eerste set binnen krijg ik niet alles mee, omdat ik zelf samen met Petra twintig minuten later op het buitenpodium mag openen.

Een dag vol inspiratie: ook ’s avonds zijn alle muzikanten goed op dreef. Zo goed zelfs dat tijdens en na de laatste set op het binnenpodium muzikanten uit die band zich bij de band buiten aansluiten, waar dan na alle optredens nog tot laat gefreestyled wordt bij het kampvuur door rappers als Joos, Kay Slice, Siebrand, Jeroen Naaktgeboren en Tijdelijke Toon.

Poëziebus dagboek 3

6 augustus: Leeuwarden

Vandaag rijden we van Leiden bijna 200 kilometer naar Leeuwarden. En er moet een nieuwe groepsfoto gemaakt worden. Zo’n foto hadden we aan het begin van de reis in Rotterdam ook al gemaakt, maar die is mislukt. Inmiddels zitten we allemaal in onze ‘Poëziebusbubble’ waardoor we het gevoel van tijd en plaats steeds meer kwijt zijn. Iemand vertelt me dat het vandaag maandag is, en dat geloof ik direct. We rijden naar Leeuwarden, maar dat had net zo goed Leiden of Rotterdam kunnen zijn. Totnutoe ben ik elke dag zo vroeg mogelijk gaan slapen. Aan het eind van een dag reizen, workshops volgen en optreden ben ik zo moe, dat ik tegen twaalven juichend mijn bed induik. Een aantal van de collegae gaat na de optredens ’s avonds het uitgaansleven van de stad waar we die dag zijn nog verkennen, maar daar kom ik niet toe.

Foto: Theo Huijgens

Op de afsluitdijk stoppen we even om een nieuwe groepsfoto te maken, en om mensen de mogelijkheid te geven een WC te bezoeken. Daarna rijden we in een keer door naar Leeuwarden. In Leeuwarden verblijven we in de Blokhuispoort, een voormalige gevangenis, waar naar verluid Herman Brood nog ooit vastgezeten heeft. De Blokhuispoort wordt tegenwoordig niet meer als gevangenis gebruikt. Men is het pand aan het opknappen, en in de tussentijd zitten er verschillende kunstenaars en kunstenaarsinitiatieven. We slapen vanavond in het deel van de Blokhuispoort dat is omgebouwd tot het Alibi Hostel. En dat betekent inderdaad dat we in een omgebouwde cel slapen.

Interieur Alibi Hostel

Al tijdens de lunch begrijp ik dat er vanavond uitsluitend niet-alcoholische dranken verkocht gaan worden, omdat de lokale organisatie geen vergunning heeft om alcohol te schenken, en het inpandige restaurant al vroeg ’s avonds sluit. Dat betekent dat ik, samen met Tijdelijke Toon, op zoek ga naar een mooie supermarkt, zodat ik toch een paar biertjes kan drinken vanavond. Zodra we terug zijn bij de Blokhuispoort ben ik aan de beurt om een workshop te geven.

In de voorbereiding op deze busreis, want ik wist van tevoren dat ik ergens op het traject ook een workshop zou geven, had ik mijn workshop ‘In vogelvlucht door de Nederlandse Poëzie van 1917 tot 2017’ op mijn laptop gezet. Als ik echter naar mijn medepassagiers kijk, besluit ik dat die workshop niet echt een goede optie is. Ik besluit daarom in te focussen op de geschiedenis van de Hiphop. Naar aanleiding van die workshop, ruil ik later 15 gigabyte aan poëzie-op-muziek tegen 15 gigabyte Vlaamse en Franse hiphop. Omdat ik het idee heb, dat het plat Leids uit het filmpje van gisteren voor een deel van de Tilburgers moeilijk te verstaan is geweest, ben ik vandaag voor mijn filmpje op zoek naar een dichter of rapper die het Friese dialect spreekt. Die vind ik in Flow 5, alias Dirk Geerdink, en bijgevolg gooit hij me vandaag uit mijn eigen filmpje…

’s Avonds leggen we op de binnenplaats van de Blokhuispoort een touw in een cirkel op de grond. Dat is nu ons podium. Om beurten stapt een van ons de cirkel in om voor te dragen. We maken er een waar poëziefeest van dat tot laat in de avond duurt. Als we na de optredens onze kamers opzoeken, blijkt dat het Alibi-Hostel zowaar een kleine bar heeft. Het is kortom mogelijk een biertje te drinken in de gevangenis. En dat heb ik altijd al eens willen doen. Dus nemen mijn kamergenoot en ik voor we gaan slapen nog een afzakkertje: hij koffie, ik bier. Morgen gaan we naar Zwolle. En daar zal mijn goede vriend Wibo Kosters, die gisteren ingehuldigd is als nieuwe Stadsdichter van Deventer, ook langskomen. Ik verheug me er nu al op.

Poëziebus dagboek 2

5 augustus: Leiden

Ik word vroeg wakker. Vandaag staat Leiden op het programma. Maar eerst het belangrijkste: even roken, en minimaal twee koppen koffie voordat ik er überhaupt maar aan denk zoiets als een boterham tot me te nemen. De stress bij ons busopperhoofd Irene over het feit dat blijkbaar niet alle buspassagiers deze nacht in het hotel hebben doorgebracht, blijkt geheel onterecht. Op de afgesproken tijd zit iedereen die in de bus hoort ook netjes in de bus en kunnen we vertrekken.

Vanuit Rotterdam is het niet zo heel erg lang rijden naar Leiden. Een klein uurtje later parkeert de bus al op het plein voor Station Leiden Centraal. En dat is ook het eerste moment dat een aantal passagiers de inmiddels onsterfelijke mantra ‘Leiden Centraal, Leiden Centraal, Leiden Leiden Leiden Centraal’ scanderen. Die woorden zal ik deze reis nog vaak horen. De evenementen in Leiden worden onder andere georganiseerd door Martin M. Aart de Jong en Jaap Montagne. Ik word bij laatstgenoemde ingedeeld, en samen met een bonte verzameling Nederlandse en Belgische dichters performen we aan het begin van de middag recht voor de ingang van het station, naast een kraampje waar een promotieteam gratis blikjes Fanta uitdeelt. Veel mooie nieuwe poëzie gehoord. En leuk dat na al die jaren ook Rik van Boekel’s ‘Beweeg als een Strateeg’ nog altijd aanslaat. Later die middag krijgen we van Maartje Smits een workshop over rituelen, en van een andere vrouw een inleiding in de Chinese poëzie.

Maar nog daarvoor doe ik, samen met Martin M. Aart de Jong, per ongeluk het idee op voor het tweede filmpje, en eigenlijk ook voor alle filmpjes daarna. We zijn met de hele groep zojuist aangekomen in een mooi park, dat grenst aan een complex voor volkstuinen. Het is lekker weer, en we hebben een beetje tijd over. Voor ik het goed en wel besef, is er een spontane performance van alle dichters ontstaan. Martin A. en ik spreken af dat hij me in mijn laatste gedicht bruut in de rede valt met een gedicht in een moddervet plat Leids accent. Dat werkt zo goed dat we het, met hulp van onze presentator Gert Vanlerberghe, iets verderop meteen filmen.

Vooral de workshop over rituelen heeft mijn aandacht. Misschien wel omdat ik zelf het gevoel heb dat ik op het punt sta een nieuwe fase in mijn leven in te gaan. Misschien is dat de reden dat ik de behoefte voel die periode met een ritueel uit of in te luiden. Met een mooi ritueel mijn Stadsdichterschap eindigen. Maar ik kom er niet op welk ritueel dat dan zou moeten zijn. Ik blijf erover piekeren, doelloos en dus zonder resultaat.

Het diner doen we vandaag bij Martin M. Aart de Jong thuis. Dat kan, omdat hij in een woongroep woont, die toevallig in het bezit is van een heel grote binnentuin. Er lopen twee katten rond in die tuin. Een zwart-witte en een rode. Met die laatste ben ik meteen vriendjes. Het is jammer dat ik nog negen dagen onderweg ben, anders had ik de kat direct in mijn binnenzak gefrommeld en meegenomen.

Foto: Martin Beversluis

’s Avonds treden we op in het centrum van Leiden. We staan op de Pauwbrug, en die is gelukkig overdekt, want tijdens ons optreden daar regent het voor het eerst serieus. En of dat niet genoeg is: één van de cafe’s wordt bevolkt door supporters van het vrouwenvoetbalelftal dat morgen de finale van het EK speelt. Er is dus voldoende levendigheid om ons heen, en ook voldoende herrie.

Foto: Martin Beversluis

We slapen vannacht wederom in een hotel van de firma Ibis. Het Leiden Centraal, of ook wel Lijden Centraal, klinkt nog lang na. Morgen hebben we een lange rit voor de boeg: van Leiden naar Ljiouwert, oftewel Leeuwarden. Daar mag ik mijn workshop geven. En optreden. En nog meer nadenken over afscheidsrituelen.