Alle berichten van Martin Beversluis

Poëziebus dagboek deel 9

12 augustus: Sint-Truiden

De één-na-laatste halte van de Poëziebus Tour 2017 is het liefelijke Belgische plaatsje Sint-Truiden. Hier strijken we neer in ’t Zoutkist, een gallerie met een kleine bar. We hebben na de lunch flink wat tijd over, en dus ga ik met Gert en Tijdelijke Toon op pad om mijn filmpje voor vandaag te maken. In het centrum van Sint-Truiden komen we een monument voor de gevallenen van beide wereldoorlogen tegen. Dat monument lijkt ons geknipt voor een mooie performance. Qua beeld is het dat ook, maar het monument ligt aan een straat waar het zo druk is met autoverkeer dat zelfs ‘schreeuwlelijkerds’ zoals Toon en ik daar niet fatsoenlijk bovenuit komen.

Eenmaal terug in ’t Zoutkist, besluiten Toon en ik het filmpje over te doen. Op de tweede etage van de gallerie blijkt zich een klein balkonnetje te bevinden, net groot genoeg voor drie mensen, en bij gebrek aan Gert, wil de Belgische dichteres Marjan de Ridder ons wel filmen. Dat filmpje gaat dan meteen op de post.

Lunch in Sint-Truiden

Later die middag volg ik twee workshops: een van Rellie Telg, die ons cursisten een aantal inspirerende schrijfoefeningen laat doen. De andere workshop is van Tijdelijke Toon en gaat over ongemak op het podium. Ik besluit vooral de laatste workshop vanavond mee te nemen in mijn performance. Na de workshops gaan we naar de plaats waar we vannacht ook zullen slapen, en we zijn al gewaarschuwd: dat is een jeugdherberg met grote slaapzalen.

Die jeugdherberg met grote slaapzalen, dat lijkt niemand een goed idee. En dus gaat iedereen meteen aan de slag. Matrassen die van bedden worden gehaald en ergens op de grond neergelegd om zo de kans te vergroten dat je vanavond ook echt nog wat kunt slapen.

Mijn Belgische vriend Jee Kast zal vanavond samen met ons optreden. Hij staat al aan de bar als we ’s avonds na het eten terugkeren in ’t Zoutkist. Sinds Jee de finale van ‘Belgium’s Got Talent’ haalde, is hij lekker bezig met schrijven en optreden in België. Ik heb Jee al lang niet meer gezien. De laatste keer was bij mijn inauguratie als Stadsdichter van Tilburg, en dat is al weer bijna twee jaar geleden. Mijn performance zou van ongemakkelijk naar ongemakkelijker moeten gaan: het tweede gedicht draag ik op met mijn gezicht naar een blinde muur. En bij de laatste regels van het laatste gedicht loop ik vanaf het podium de trap op naar de tweede verdieping, zodat het publiek uiteindelijk enkel nog mijn voetstappen op de houten vloer aldaar hoort, en ook niet precies weet wanneer het moet klappen.

Martin in de jeugdherberg te Sint-Truiden (Foto: Jozua Pentury)

Het is de laatste avond dat we samen optreden, de laatste nacht dat we in elkaars gezelschap slapen. En dus bouwen we bij terugkomst in de jeugdherberg met zijn allen een feestje. Er is muziek, er wordt door onze rappers duchtig gefreestyled, er is drank. En er is later op de avond -liever gezegd: aan het begin van de nacht- ook een beheerder van de jeugdherberg die onze verbouwing van hedenmiddag toch niet op prijs kan stellen. Ik sta buiten te roken als de goede man met de auto het terrein op komt rijden, hij stapt uit en loopt een buitentrap op. Vervolgens hoor ik de beheerder helemaal uit zijn dak gaan van woede. En jawel: enige tijd later staat de beste man briesend de eerste tassen die hij te pakken heeft kunnen krijgen naar beneden te gooien. Dat was het feestje. Uiteindelijk heb ik mazzel: ik deel mijn kamer vannacht met één persoon, dus we hebben in totaal vijf bedden voor twee man. Dat ligt in ieder geval ruim, en een bijkomend voordeel is dat deze kamergenoot niet snurkt.

Poëziebus dagboek deel 8

11 augustus: Herentals

We zijn nog twee dagen verwijderd van het einde van deze Poëziebus Tour 2017. En wat belangrijker is: we zijn nog steeds met 22 dichters en de sfeer in de bus is erg goed. Zeker nadat we gisteren de eerste tegenslag in de vorm van een klein meningsverschil met de vertegenwoordiger van de Schepen van Sint Niklaas hebben overwonnen. De organisatie probeert ons inmiddels, door ons allerlei opdrachten op het podium mee te geven, zo ver mogelijk uit onze comfort zone te halen.

Vandaag treden we ’s middags op in Woonzorgcentrum Vogelzang. Daar zijn we volgens mij fashionably late, omdat Bas, de beste busbestuurder die een dichter zich kan wensen, toch ergens een verkeerde afslag heeft genomen, waardoor we plotseling op een afgelegen landweggetje midden in een natuurgebied staan. Bas moet de bus dus deels achteruit over hetzelfde weggetje terugrijden. En dat is even lastig.

We beginnen natuurlijk met een lunch op het terrein van het woonzorgcentrum. Daarna geeft onze collega-dichter Stanislaus Jaworski een korte Tai-Chi les. We krijgen een rondleiding door het woonzorgcentrum, want we spelen vanmiddag allemaal op verschillende plekken. Eén afdeling bezoeken we niet met zijn allen; dat is de gesloten afdeling op de derde verdieping. Daar zal maar een heel klein groepje dichters, onder leiding van Stanislaus en de hoofd-verpleegster van het woonzorgcentrum, heengaan om voor een publiek van dementerende ouderen te performen.

Joz Knoop, Gerard Scharn bieden zichzelf aan om naar de gesloten afdeling te gaan. En Stanislaus vraagt mij of ik zin heb ook mee te gaan. Ik heb nog nooit eerder voor een groep dementerenden opgetreden. En ik vind verpleeghuizen, of woonzorgcentra zoals men ze tegenwoordig noemt, deprimerende instellingen, want het zijn eigenlijk manieren de dood uit ons leven weg te bannen, terwijl in mijn beleving de dood juist bij het leven hoort. Ik zal dus net zo goed uit mijn comfort zone moeten, weet ik terwijl ik ‘da’s goed’ zeg.

Ik ben heel blij dat Stanislaus ervaring heeft met de doelgroep van vanmiddag. Hij werkt nog altijd een paar keer per week met dementerende ouderen. Hij heeft een boek vol oude (volks)liedjes bij zich, zowel Nederlandse als Belgische, en hij hoeft maar te gaan zingen of het publiek begint zich flarden van teksten te herinneren en zingt die mee. Een man in het publiek heeft een mondharmonica bij zich en speelt de melodie zo goed en zo kwaad als dat gaat mee. Tot zo ver niks aan de hand. Wel klinkt er tijdens onze voordrachten, soms minutenlang, af en toe een bijna dierlijk geschreeuw uit een van de kamers. We weten niet wat, hoe, wie of waar. Ik moet erg opletten welk werk ik hier wel of niet breng. En ik voel me inderdaad voor het eerst sinds heel lang weer eens ouderwets ongemakkelijk tijdens een performance.

Jozua Pentury en Arno Moens @Woonzorgcentrum Vogelzang

Van het Woonzorgcentrum lopen we naar het centrum van Herentals. Het is mooi weer, en de wandeling geeft mij de mogelijkheid de ervaringen van zojuist een plaats te geven. Het filmpje neem ik vandaag op met Jozua Pentury a.k.a. Jooz. Ik voel eigenlijk al vanaf het moment dat ik hem voor het eerst de hand schudde een klik met die man. En zeker na ons gezamenlijke optreden in Breda, ben ik gewoon fan.

Het optreden ’s avonds is weer een uitdaging, want we staan buiten, en tijdens de soundcheck klapt de stroom eruit. Zekering gesprongen. Na wat zoekwerk wordt het kastje gevonden waar de gesprongen zekering zich moet bevinden, maar dat kastje zit uiteraard op slot en de sleutel is onvindbaar. Er wordt gewerkt aan een oplossing, maar in ieder geval het eerste optreden van Stadsdichter van Turnhout Iris Wymants, moet niet alleen akoestisch, maar wordt later ook nog eens verpoept, of gewoon verneukt, doordat een paar wijsneusjes uit onze bus zich ertot twee keer toe mee gingen bemoeien. Ik voel dat mijn verkoudheid langzamerhand over begint te gaan. Dat besluit ik die avond nog te testen. Ik treed zonder microfoon op -ja, stemmetje werkt weer- en breng voor het eerst het gedicht ‘Asfaltpiraten’, dat ik over deze Poëziebusreis schreef.

Poëziebus dagboek deel 7

10 Augustus: Sint Niklaas

We zijn nu heel duidelijk over de helft van de Poëziebus Tour 2017, en de vermoeidheid begint bij iedereen toe te slaan. Naast de vermoeidheid, merk ik dat ik inmiddels ook snip- en snipverkouden ben. En ik ben niet de enige. De meeste stemmen van busdichters zijn de afgelopen paar dagen zeker een halve toon gezakt. Aan mij moet je nu ook even niet vragen een hoge C te zingen. Gaat vandaag niet lukken.

We rijden van Brussel naar Sint Niklaas. In de bus weet Gert me te vertellen dat er in het centrum van de stad een standbeeld staat van de heilige sinterklaas, en dat dat misschien wel een goede plaats is om vandaag een filmpje op te nemen.

‘Dat kunnen we doen,’ zeg ik, ‘maar dan komt er wat mij betreft wel een statement in het filmpje’.

‘Ah, en welk statement dan?’

‘Zwarte piet is racisme.’

‘Amaai, maar krijgt u daar dan geen problemen mee in Tilburg?’

‘Tsja,’ grinnik ik, ‘wat gaan ze eraan doen? Me ontslaan?’

 

In Sint Niklaas zijn we welkom in het Theater voor Uitvoerende Kunsten, zoals het zo officieel zo mooi heet. Maar in de volksmond is het gewoon de Stadsschouwburg. We lunchen wegens grote groep buiten op het plein voor het station. Voor het standbeeld waar we straks het filmpje op gaan nemen staan nu nog marktkramen. Na de lunch volg ik een workshop intertekstualiteit door Daan Janssens. Interessante kost, vooral op het moment dat er een gesprek tussen de deelnemers op gang komt over hoe zij in hun eigen werk omgaan met dat begrip. Want iedere goeie tekst, verwijst op zijn beurt weer naar andere goede teksten.

Ook de busdichters beginnen naar het lijkt steeds meer naar elkaar te verwijzen. In de bus ontstaan soms spontane freestyles, en er hoeft maar één heel zachtjes ‘Leiden Centraal’ te zeggen, of de halve bus scandeert de worden als een leus. Soms ook tijdens optredens en dat valt dan weer niet bij al het publiek in goede aarde. Het valt me daarnaast op dat het publiek in België niet overal aan onze vorm van poëzieperformance gewend is. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen: als je gewend bent dat op poëzie-avonden dichters voor komen lezen uit hun werk, dan zijn wij wel totaal iets anders. Blijft het aan ons het publiek te overtuigen van onze kwaliteit. En daar gaan we ook vanavond weer voor de volle 2200 procent voor.

Later die middag gooit Marjan de Ridder mij mijn eigen filmpje uit. Ik had gehoopt dat ze daarbij ook nog een gedicht voor zou dragen, maar dat gebeurt dan weer niet. Bij mij afkondiging houd ik mijn notitieblok nadrukkelijk in de camera. Het filmpje is er…

Met kunst- en vliegwerk en vooral een stem die behoorlijk naar de klote is, wurm ik me door het optreden vanavond. Het is na het optreden een busreis van een kleine 40 minuten naar ons hotel. En op onze hotelkamer blijkt dat er twee tweepersoonsbedden klaarstaan voor drie heren. Dat wordt ‘m ook niet. Met vereende krachten weten we een matras op de grond te leggen. Dat wordt vannacht mijn slaapplaats. En als er iemand het waagt me met zijn gesnurk wakker te houden, dan heb ik daar vannacht een oplossing voor: bij mijn verkoudheid kreeg ik een blaffend hoestje cadeau.

Poëziebus dagboek deel 6

9 augustus: Brussel

We rijden ’s morgens van Breda naar Brussel, in de veilige wetenschap dat, als de douane het op zijn heupen krijgt, en ons op of net achter de grens controleert, een aantal dichters dan wel een probleem heeft. Maar ja reden blijkt nog altijd geen aanleiding, en dus komen we aan het begin van de middag aan in de Pianofabriek te Brussel. De eerste dag in België. Gelukkig heeft men ook daar supermarkten.

Naar aanleiding van een tekst die ik tijdens de performance in Leiden bracht, leende Cissy Joan mij het boek “Hallo witte mensen” van Anousha Nzume. Een boek over het racisme dat verstopt zit in de dagelijkse machtsverhoudingen. Hoewel ik me van een aantal van de onderwerpen die ze in het boek aansnijdt al wel bewust ben, vind ik het toch altijd weer confronterend erover te lezen. Want inderdaad: mijn leven had er beslist anders uitgezien als ik geen blanke, heterosexuele, hoger opgeleide man van midden veertig was geweest. Nadat ik het boek uitgelezen heb, staat Shanna de Ruiter al in de wachtrij om het boek ook te lezen. Dezelfde tekst die ik in Leiden bracht, deed ik gisteren ook tijdens de performance met Jozua en Jeroen, en Jozua had daar ook nog wel wat over te zeggen. Het is een onderwerp dat dit jaar leeft in de bus.

Groepsfoto: 'The Making Of'.

Groepsfoto: 'the making of' ; ) Al deze mooie, getalenteerde mensen zijn vandaag te zien in Brussel: Poëziebus Tour 2017: Brussel !

Geplaatst door Poëziebus op woensdag 9 augustus 2017

De middag begint met een lunch, dan de inmiddels verplichte groepsfoto, waar we steeds minder zin in hebben. Daarna zijn er ook weer workshops in de Pianofabriek. Ik besluit de workshops over te slaan, en alvast een begin te maken met het bewerken van de geluidsopname die ik gisteren heb gemaakt. De opname klinkt goed, tot mijn genoegen. Maar verder dan het begin en het einde van de opname te knippen kom ik vandaag niet: er is maar één stroompunt, en dat is in gebruik. Bovendien moet je eigenlijk geen geluid willen bewerken als je enkel de speakers van een laptop tot je beschikking hebt, want die zijn simpelweg niet goed genoeg.

Aangezien vandaag de eerste dag in België van deze Poëziebus Tour 2017 is, vraag ik de belgische rapper/dichter Siebrand om mij vandaag mijn filmpje uit te bonjouren. Ik ben vanaf dag één fan van zijn dialect. Het West-Vlaams klinkt in mijn oren een beetje als het dialect dat in Nederland in Zeeuws-Vlaanderen wordt gesproken. En ik vind het nog altijd jammer dat ik zelf geen enkel dialect spreek. Maar dat terzijde.

Voor de avondperformance in Bar Eliza hebben we een opdracht meegekregen: iedere dichter is gekoppeld aan een andere dichter, en het is vanavond de bedoeling dat we niet ons eigen, maar elkaars werk gaan voordragen. Ik ben gekoppeld aan de Belgische dichter Arno Moens. Ik heb van hem een klein boekje met handgeschreven gedichten gekregen, en ik zie direct dat ik die eerst even in mijn eigen handschrift uit moet schrijven, om er zeker van te zijn dat ik straks ook precies lees wat er staat. Goeie poëzie, dassekerda, en ik heb de luxe dat ik de gedichten uit kan kiezen die mij het beste liggen.

We rijden ’s avonds naar het Elisabethpark in Brussel. Om meer precies te zijn: we rijden naar Bar Eliza, waar we op het buitenpodium zullen voordragen. Tot mijn verbazing is in het park een stabiele wifi-verbinding waardoor ik het filmpje al heb ge-upload nog voor de performances beginnen. Het is vreemd om dichters voor te horen dragen uit andermans werk. Uiteindelijk sluiten Marjan de Ridder en Kay Slice de avond af met een geweldige performance: zonder microfoon, niet op het podium maar op een gammel tafeltje midden in het publiek. Klasse.

Na afloop van het optreden verteld onze presentator Gert dat hij net gesproken heeft met een Franstalige dame, die ons niet helemaal kon verstaan, en zich ergerde aan het feit dat de Nederlandstalige bezoekers in haar ogen geen moeite deden om ons te verstaan. Samen met Gert loop ik nog even het park in om die mevrouw zelf te bedanken. Voor het eerst in twintig jaar spreek ik weer eens Frans. Ik kan het nog, en dat verbaast me zelf ook.

Poeziebus Tour 2017: ‘Een emotioneel journaal’

Hier hoor je het optreden, dat ik in het kader van de Poëziebus Tour 2017 samen met Jozua Pentury en Jeroen Geurts gaf, in het Houtje-Touwtje-Stro-Gebouwtje op het Stek-terrein in Breda op 08 augustus

Met: Jeroen Geurts, Jozua Pentury

Teksten en voordracht: Jeroen Geurts, Jozua Pentury, Martin Beversluis

Muziek: Jeroen Geurts

Opname en nabewerking: Martin Beversluis.

Poëziebus 2017

Poëziebus dagboek deel 5

8 augustus: Breda

Lekker dan: als ik ’s morgens in Zwolle de nu.nl-app op mijn telefoon open, lees ik dat het KNMI voor vandaag een weeralarm heeft afgegeven voor heel Nederland, de zuidelijke provincies het eerst. Open ik daarna de Buienradar, dan zie ik dat we een schip met heel zure appelen tegemoet gaan rijden als we zometeen naar Breda gaan. Het begint zachtjes te regenen als we ongeveer bij Arnhem zijn. Het is te hopen dat de organisatie in Breda voldoende droge plekken heeft om tweeëntwintig dichters een middag te herbergen, anders hebben we een probleem.

Vandaag is voor mijn gevoel de thuiswedstrijd. Tijdens de busreis speel ik nog met de gedachte vanmiddag heel even de oversteek van Breda naar Tilburg te wagen, misschien wel vannacht thuis te slapen, en me dan morgen weer bij de groep te vervoegen. Ik mis de katten, maar ik mis vooral mijn eigen omgeving. Een tour als deze is een ontzettend intense ervaring, continu onderweg, altijd bezig met workshops en/of performances. Even rust zou lekker zijn.

Maar het zit nog of dat ook gaat lukken. Ik zie allemaal bekende gezichten als ik op het Stek-terrein in Breda uit de bus stap: Marijke, Adriaan, Nick, Martin Peulen, Meandertaler DJ Maikel. Met iedereen even bijkletsen. Dan gezamenlijk lunchen. ’s Middags bereiden we onze optredens voor. Ik treed vanavond in het Houtje-Touwtje-Stro-Gebouwtje op met Spoken Word artiest Jozua Pentury en muzikant Jeroen Geurts. Ik loop al vijf dagen te zeulen met een zware tas waar mijn mobiele opnamestudio -lees: een aftandse laptop met een goeie USB-microfoon en de goede software om een deugdelijke geluidsopname te maken- in zit, en omdat ik zowel de ruimte waarin ik werk als de muzikant met wie ik werk ken, wil ik die wel eens gebruiken.

Met Jozua Pentury

Jozua en ik hebben ’s middags ongeveer anderhalf uur tijd te doden, want Jeroen is later, dus dat geeft ons ruim voldoende tijd om nog even een supermarkt te bezoeken. Tussen drie en vijf uur zetten Jozua, Jeroen en ik gezamenlijk een ruime vijftien minuten performance voor vanavond in elkaar. Het is goed dat we binnen zitten, want buiten regent het de hele middag goed door. En het Stek-terrein is een heel fijne locatie, maar met dit weer verandert het rap in één groot zwembad. Iets voor vijf uur staat mijn groupie ineens voor mijn neus. Ik wist dat ze er vandaag bij wilde zijn. En ik vind het fijn dat ik tenminste een paar van mijn Poëziebusavonturen met haar kan delen.

Aan het eind van de repetitie komt Nick J. Swarth met een groepje mensen binnen. We beantwoorden een paar vragen, en geven een heel kort optreden om te laten horen wat mensen vanavond ongeveer kunnen verwachten. Als laatste positioneren we de microfoon en de laptop, zodat ik vanavond maar op één knopje hoef te drukken om de opname te starten. Voor het filmpje vraag ik Nick een gedicht voor te dragen. Als ik dan toch elke keer mijn eigen filmpje uitgegooid wordt, dan is het leuk dat een van mijn voorgangers als Stadsdichter van Tilburg dat ook een keer doet.

Van mijn plan nog even op en neer te pendelen naar Tilburg komt helemaal niets terecht. De performance vanavond wordt zoals Jeroen het zo mooi omschreef ‘een emotioneel journaal’. Jozua en ik brengen poëzie rond het thema white privilege (maar aan het eind doen we ook ieder een liefdesgedicht), Jeroen draagt zijn liedje aan Derrel op, en we sluiten in stijl af met het weerbericht door Jozua. Mijn groupie heeft het optreden professioneel gemist wegens treinellende. Samen met haar zie ik nog een paar van de andere dichters en dichteressen hun ding doen. Dan gaat zij weer richting het station. Ik zou wel meewillen, maar ik doe het uiteindelijk ook nu niet. En als je niet weggaat, dan ga je gewoon met de Poëziebus mee. Mee naar het volgende hotel. Naar de volgende stad. Die stad ligt morgen in België.